
Igor Wakhévitch - Docteur Faust (1971, Pathé Marconi)
Bij voetbal heb je de Jupiler League, de Premier League en de Champions League. Bij muzikanten bestaat ook een soortgelijke onderverdeling. Igor Wakhévitch behoort tot de Manchester Uniteds van de platenplaneet, of tot de George Bests onder de muzikanten.
Wakhévitch is een levende Franse componist die in de jaren zeventig een zevental releases uitbracht op het EMI-label Pathé. In de platenkast kan je hem onderbrengen bij avant-gardistische, elektronische componisten zoals Pierre Schaeffer, Terry Riley en Pierre Henry.
Van jongsafaan moet hij een redelijke muzikale bol geweest zijn. Hij begon op achtjarige leeftijd piano te spelen en op zijn zeventiende won hij de Jury’s First Prize for Piano met unanieme stemmen. Twee jaar later, in 1967, won hij de Musical Analysisprijs, als student van Olivier Messiaen. Kort daarna begon hij, onder leiding van Pierre Schaeffer, te werken voor de befaamde Parijse muzikale onderzoeksgroep GRM. In die periode was er een broeiende muzikale scene in Frankrijk met genreoverschrijdende werken, waarbij klassieke muzikanten, rockers en elektronische pioniers met elkaar in contact kwamen en samen componeerden. Een zeer bekend voorbeeld is Pierre Henry die vermengde.
Ik heb lang getwijfeld welke plaat ik zou bespreken van Igor Wakhévitch. Ze zijn allemaal van sublieme kwaliteit en horen stuk voor stuk thuis in een platenkast. Maar het werd uiteindelijk Docteur Faust uit 1971. Het is misschien wel zijn meest bizarre album – na een eerste beluistering althans – want dit album spreekt terzelfdertijd het makkelijkst aan. Dat komt wellicht omdat de plaat het dichtste aanleunt bij een klassiek popalbum, maar meteen ook een gekke wirwar van beelden oproept dankzij de sonische spelletjes en verrassende wendingen. Docteur Faust is Wakhévitch’ tweede album en is een ode aan Robert Wyatt en Mike Ratledge van de rockgroep Soft Machine. De muziek werd opgenomen in de Cour d’Honneur van het Palais des Papes in Avignon in opdracht van Jean Vilar voor het jaarlijkse Franse theaterfestival.
Het geheel is een mix van klassieke euze muziek. Je wordt als luisteraar meegenomen op, wat we clichématig kunnen omschrijven als, een trip. Maar geloof me: een trip die zelfs niet te vergelijken valt met die van een geweldige psychedelische band of een geschift improcombo. We hebben het hier over het gemors van stukjes lsd-papier op je tong of een teveel aan paddo’s doordat je niet kon wachten op de uitwerking daarvan.
Nummers met rockelementen worden doorspekt met bizarre geluidsexperimenten, vreemde orgels en het plotse opduiken van orkestrale stukken. Een van de nummers klinkt als een kerkbezoek, met in de hoek een geselende monnik, maar de sacrale sfeer wordt doorbroken door een monumentale synthlaag, die er bijna voor zou zorgen dat je je muziekinstallatie een serieuze trap zou verkopen zodat hij nooit meer aanfloept.
Wat volgt zijn energetische, zelfs op het randje van doomy gemene nummers die in je trommelvliezen worden geboord en die je doen headbangen. Maar vooraleer je living wordt omgetoverd in café War Pigs, wandelt Edgar Varése binnen,gevolgd door Morton Subotnick met Léon Theremin in zijn valies.
Het is niet duidelijk wie meespeelt op deze plaat, maar hoogstwaarschijnlijk kreeg Wakhévitch hulp van de muzikanten van de Franse band Triangle. Zij speelden zeker mee op zijn eerste plaat Logos en zowel het orgel als de drums op Docteur Faust doen aan deze muzikanten denken.
Igor Wakhévitch creëert een vierdimensionale buitenaardse geluidswereld, zwanger van kleur en emotie. Het is veel om te slikken, maar het wordt nooit een overdaad. Het album is maar dertig minuten lang, maar heeft een kracht van 9 op de schaal van Richter.
1 opmerking:
http://mutant-sounds.blogspot.com/2007/01/igor-wakhevitch-almost-full-discography.html
Een reactie posten