zaterdag 17 mei 2008

African Head Charge - My Life in a hole in the ground (1981)



African Head Charge - My Life in a hole in the ground (1981)

Onder de naald ligt een plaat uit het jaar 1981, gebotteld in London met een stevige Jamaicaanse afdronk. We zijn ergens terechtgekomen waar de crossover tussen dub en punk begint te bloeien.
African Head Charge werd in 1980 opgericht door percussionist Bonjo I en geproduced door Adrian Sherwood, die de eerste vier African Head Chargealbums uitbracht op zijn On-U-Soundlabel. Beide mannen vonden elkaar in het vermengen van vrije sonische exploraties en wereldse oerritmes. De basis van hun muziek was de rootsmuziek, maar de muzikale visie moest een volgend stadium bereiken. Bonjo I, net ingeweken vanuit Jamaica en daar als muzikant gevormd bij de rastagemeenschap in de bergen, legde zich vanaf zijn vroege jeugd toe op rastadrums, Afrikaanse en Afro-Cubaanse ritmes. Dankzij die specifieke achtergrond van Bonjo I doet de muziek van African Head Charge soms denken aan de muziek van Count Ossie en diens nyabinghi drumming in Grounation (nog een dikke aanrader!), maar ze graaft een pak verder door de sonische en psychedelische studio-experimenten.
Bonjo I en Adrian Sherwood musiceerden voor de eerste keer samen met Prince Fari en Creation Rebel in 1979. Maar eigenlijk kon African Head Charge gezien worden als een virtuele groep, die zich in zijn beginjaren enkel zou bezighouden met studio-opnames en slechts veel later live zou optreden.
In 1981 bracht Brian Eno> het uitstekende album My Life in the Bush of Ghosts uit. Adrian Sherwood en Bonjo I lazen in een interview met Eno dat hij een visie had over een psychedelic Africa. Ze raakten gefascineerd door zijn muzikaal concept en begonnen, letterlijk ondergronds, te experimenteren in de Londense kelderstudio Berry Street. De opnames die ze toen maakten resulteerden in het album “My Life in a Hole in the Ground”. Op Eno’s album hoor je ritmisch geknipte achtergrondgeluiden, samples van Libanese herders en biechtende priesters. Met African Head Charge gaf Adrian Sherwood een avant-gardeversie van Afrikaanse dub als antwoord.
De meeste nummers op My Life in a Hole in the Ground worden – net zoals bij reggae - gedragen door bas en drum en minimalistische Afrikaanse percussie. Die vormen een soort basislaag, maar de kleur van het album gaat nog veel wijder. Sommige nummers klinken overwegend Afrikaans en doen denken aan de Jamaicaanse rootsmuziek. Andere hebben een Oosterse toon, terwijl nog andere echo’s bevatten van westerse jazz. Er werd volop gezocht naar nieuwe manieren om met klanken te toveren, maar hierbij mocht ook niet veel tijd worden verloren. Studiotijd was duur en schaars en samplers waren nog niet courant in de opnamestudio’s. Er moest dus gebruik gemaakt worden van opnamekanalen om de eerste edits te bewaren en te bewerken.
Luisteren naar African Head Chargeplaten is nog steeds een bevreemdende ervaring door het amalgaam van geluiden: Afrikaanse chanting, industri‘le geluiden uit de Londense straten, gemixed met krakende tapes met daarop bijvoorbeeld een discussie van Einstein die het over taalervaring en het leerproces heeft. Verder nog in de aanbieding: tonen van onderzeeers, Afrikaanse percussie, een Chinese harp en een geheel dat gedragen wordt door een vette, ronde bas, met dank aan de dubpioniers uit Kingston. De hoofdmoot dub wordt verder gekruid met de avant-gardejazz van Don Cherry, Ornette Coleman en James Blood Ulmer. Zo is, vooral op dit album van African Head Charge, de sax en trompet van Deadley Headley belangrijk om de geest van Afrika op te wekken, de New Orleansjazz te imiteren en de avant-gardeaanvallen van Pharoah Sanders en Ornette Coleman te counteren.
African Head Charge maakte nog drie goede studio albums na My life in a hole in the ground, waarop ze volop experimenteerden. Daarna werden ze een volwaardige liveband, tot de split in 1992. In 1994 vervulde Bonjo I zoals elke rastafari zijn droom en verliet hij Engeland voor moeder Afrika, in zijn geval Ghana.Haal deze plaat in huis of kom gerust op bezoek. We rollen er wel één. Jah Ruistafari.

1 opmerking:

hugo zei

Ook door de punks een gesmaakte plaat.
Dub, industrieel,psychedelisch experimenteel en origineel.Gegeerde ingrediënten in de alternatieve scene. (In Antwerpen -Stadswaag- bestonden clubs met die stijlen naast elkaar)