dinsdag 26 april 2011

William Onyeabor - Atomic Bomb (1978, Wilfilms Records)




Allereerst moet ik mij excuseren tegenover de eindredacteur van uw favoriete maandblad. Elke maand moet Piet Ruis me aanporren om mijn artikel op tijd af te werken. Elke maand wacht ie op de Vergeten Plaat en deze keer ging ik te ver. In een poging het goed te maken, nodig ik de Ruisredactie inclusief Piet en vrouw uit voor een barbecue. Het wordt een hete dag in mei. Er is maar één voorwaarde: we luisteren de ganse tijd enkel naar de platen van William Onyeabor. Niet alleen omdat we de doorsnee exotisch klinkende compilaties meer dan beu zijn, maar vooral omdat deze Nigeriaan iedereen op die bewuste dag in mei knettergek zal maken.
William Onyeabor studeerde begin jaren zeventig cinematografie in Rusland. Nadat Nigeria onafhankelijk werd in 1960 bouwde het goede relaties op met de toenmalige USSR en zo ontstonden er allerhande uitwisselingen. William verbleef er enkele jaren en keerde terug met zijn opgedane kennis om in zijn thuisland een productiehuis voor film en muziek te starten. Tussen 1977 en 1985 zou hij acht platen opnemen en uitbrengen op zijn eigen label Wilfilms Records. Onyeabor scoorde enkele lokale hits, maar zijn faam zou nooit zo ver reiken als die van tijd- en landgenoten Fela Kuti en Tony Allen. Veel is er echter niet geweten over de man. Er is nergens een interview verschenen, noch recente muziek beschikbaar. Volgens verschillende bronnen bekleedde de man een hoge functie in Enugu, een stad in het oosten van Nigeria. Blijkbaar is of was hij er een succesvol zakenman en heeft hij er zijn eigen korenmolen. Op een Afrikaanse blog las ik dat hij recentelijk een cybercafé is begonnen en nu religieuze muziek maakt. Tijdens het schrijven van dit artikel had ik ook contact met zijn dochter, maar ze is vermoedelijk bang van deze blanke man.
Toen William Onyeabor zijn eerste plaat opnam, kon hij nog vergeleken worden met andere afrobeatmuzikanten, maar hij had toen al zijn speciaal kantje. Dat kantje werd vooral gevormd door zijn orgels: Moogs, Elka en allerlei analoge synthesizers. De muziek zelf klinkt warm en op het randje van lo-fi. Daarbij heb je de man zijn aangename stem die zeer mooi wordt aangevuld met vrouwelijke vocalen. Deze vrouwen kregen overigens nooit een vermelding op zijn platen.
Bij de opnames van zijn tweede plaat, Atomic Bomb, was William al iets ongeremder. Hij maakte frequenter gebruik van gekke synthesizergeluiden. Alle nummers op deze plaat zijn zeer dansbaar en zijn zoals vele afrobeatnummers nogal lang. Maar het speciale is dat Onyeabor een spacedisco-inslag geeft aan zijn nummers. Op zijn latere platen kwam deze dance-invloed nog meer naar boven.
De teksten van deze Nigeriaan zijn ofwel van politieke aard ofwel zijn het de meisjes die zijn muze zijn. Allemaal redelijk direct qua boodschap, grappig en goed verstaanbaar.
Zoals gezegd nam de man acht verschillende platen op en eigenlijk zijn ze allen vergeten. Er zijn wel twee nummers op deze Vergeten Plaat die verschenen op een compilatie en die bij sommige mensen zeker een belletje zullen doen rinkelen. Maar los daarvan vroeg ik me af welke plaat ik precies zou bespreken van deze William Onyeabor. Om dit te weten te komen heb ik urenlang enkel geluisterd naar de man zijn muziek, met als gevolg dat ik na een tijdje begon door te draaien. Deze Afrikaan is zo goed, hij is geheel uniek, en z'n muziek is tezelfdertijd zowel exotisch als dansbaar voor ons Europeanen. Je kan het vergelijken met luisteren naar Charanjit Singh of Black Devil Disco Club. Ik zou zelfs zo ver gaan en hem vergelijken met Suicide. Jazeker, ik ben in een trance gebracht door deze Nigeriaan en blijf er met veel plezier in hangen.

woensdag 13 april 2011

NASCITA DELLA SFERA - Per Una Scultura Di Ceschia (private persing, 1978)




De Italiaanse componist en toetsenist Carlo Barbiera trommelde begin jaren zeventig enkele van zijn vrienden bijeen om de beeldhouwer Luciano Ceschia te eren. Beide heren waren bewoners van de stad Udinese in het noordoosten van Italië. Niet minder dan dertien Italianen werkten mee aan de opnames van deze hommage, die tot voor kort enkel verkrijgbaar was op een erg gelimiteerde private persing. Veel is niet gekend over de verschillende muzikanten. Ook de bijgevoegde notities maken je niet veel wijzer. We kunnen ervan uitgaan dat deze Vergeten Plaat het resultaat was van een jeugdig enthousiasme zonder verregaande ambities.

Per Una Scultura Di Ceschia is een voorbeeld van experimentele elektroakoestische muziek. De nummers zijn vooral gebaseerd op piano, synthesizers, effecten en akoestische gitaren. Soms doen ze denken aan vroege werken van Franco Battiato. Maar het geheel klinkt eigenlijk als vele andere Italiaanse tijdgenoten zoals bijvoorbeeld Alusa Fallax, Goblin, Le Orme,... met dat verschil dat het iets ruwer klinkt dan de meeste Italiaanse bands uit de jaren zeventig. Het geluid van deze plaat is eerder dat van een huisopname.

Tussen de dertien sessiemuzikanten zaten er maar liefst vijf zangers, maar hun zangpartijen zijn eerder kort van aard. Er zitten meer spokenwordstukken in dan puur gezangen. Daarnaast horen we een prominente rol voor de basgitaar, akoestische gitaar, piano, synthesizer, sax en fluit.
De plaat kan je in het kort omschrijven als een experimenteel luisterspel. Zwevend tussen verschillende Europese muziekstromingen, van klassiek tot avant-gardistisch. Door de vele gemoedswissels en korte stukken doet de plaat ook vaak denken aan een library uitgave. Slechts twee stukken zijn langer dan drie minuten, waardoor je moeilijk kan spreken van klassieke popnummers, maar eerder van bepaalde sferen die worden geëvoceerd.
Het merendeel van de nummers combineert pianomelodieën met allerlei elektronische effecten. Deze twee muzikale componenten cirkelen rond elkaar en worden afgelost door tokkelende akoestische gitaren. Het geheel is erg dromerig. Tijdens de vele beluisteringen verlies ik regelmatig mijn concentratie, om me dan terug tussen mijn luidsprekers te bevinden. Het is niet zo dat de stukken uitgesproken emoties oproepen. Mijn beeld verspringt van een stomme film naar een kabbelende rivier tot een oneindige ruimtereis.
De vrijere vorm van deze muziek komt er ook dankzij het ontbreken van drums of andere percussie-instrumenten. Soms wordt er versneld of vertraagd, zoals de muzikanten het zelf willen. De enige percussieve elementen komen van de piano en de ritmiek gespeeld door Carlo Barbiera. Hierdoor klinkt alles redelijk zacht, minder agressief en soms zelfs romantisch. Al wordt dit laatste gereserveerd voor de laatste minuten van deze plaat.

Zoals gezegd werd Per Una Scultura Di Ceschia in eigen beheer uitgebracht. Pas in 2007 zou het label AMS deze plaat heruitbrengen op lp en cd. De vinylversie bleef even lang: negentien nummers, opgedeeld in twee lange stukken. Eén per zijde. Op de cd kwamen er nog eens dertien nummers bij, onttrokken uit de verschillende sessies. Maar dit laatste is voor mij iets van het goede te veel. In de uitgebreide notities bij de cd-uitgave staat te lezen dat Carlo Barbiara en zijn dertienjarige zoon samenwerkten aan de verlenging van dit project.

Nascita Della Sfera betekent letterlijk 'feest van de geboorte'. Deze vertaling lijkt me een betere referentie tot de muziek dan het beeldhouwwerk van Luciano Ceschia. Deze Vergeten Plaat klinkt als een leuk experiment voor wie onbevangen naar muziek wil luisteren.

Eddie Gale - Ghetto Music (1968, Blue Note)




We zullen de achtergrondschets van deze zwarte Amerikaanse muzikanten maar links laten. Iedereen weet waar ze vandaan komen en hoe ze behandeld werden. De blanken proberen het goed te maken. Maar de schaamte of is het toch het racisme, zit nog zo diep ingebakken, dat ze nog altijd niet weten hoe een zwarte afro-amerikaanse neger precies aan te spreken.
Eddie Gale, geboren in 1941, was lid van het Sun Ra Arkestra en speelde ook samen met Cecil Taylor, op diens debuut Unit Structures en Larry Young's Of Peace and Love. Eind jaren zestig leidde hij zijn eigen groep met onder andere twee bassisten, twee drummers en elf zangers. Voor diegenen die een vorige Vergeten Plaat van Max Roach konden pruimen: dit is een andere niet te missen jazzplaat.
Gale maakte twee platen voor het Blue Note label, maar daarna werd zijn contract nooit verlengd. Begin jaren zeventig zou eigenaar Frank Wolff zijn label verkopen aan Liberty records. Dit laatste bedrijf verkoos een veiliger muzikaal pad te bewandelen. Sun Ra werd Gale's vangnet en de trompettist is terug te vinden op Sun Ra's betere werk, zoals Lanquidity en On Jupiter

Bij de keuze van deze plaat zeg ik erbij, dat ik niet kon kiezen tussen de eerste twee werken van Eddie Gale. Zowel Ghetto Music als diens opvolger Black Rhythm Happening zijn sublieme platen. Beiden werden opgenomen en persoonlijk betaald door Frank Wolff, met dat verschil dat de tweede plaat sneller werd ingeblikt. Daardoor klinkt de opvolger van Ghetto Music iets ruwer en vrijer. En alhoewel we hier spreken over het overbekende Blue Note label, zijn er blijkbaar enkele schijven die in de vergeethoek terecht zijn gekomen.

Eddie Gale groeide op in Brooklyn waar hij in aanraking kwam met zowat elke grote naam uit de jazzwereld. Een opsomming zou dit schrijfsels omvormen tot een lange lijst notoire figuren. De kern van het verhaal is dat Gale zijn opleiding kreeg met de jazztraditie in het achterhoofd en geleidelijk aan overging naar vrije muziek. Je kan het zien al een muzikale weg, startend bij Louis Armstrong tot aan het kruispunt genaamd John Coltrane Albert Ayler. Hij begon de harde bebop muziek te combineren met wereldse instrumenten en maakte er zijn eigen vrije interpretatie van. Kruip nog niet weg freejazz-vrezende mens. Je woonkamer zal niet gevuld worden met pijnlijk schelle klanken, die je zonder enige directe structuur een pijnlijke grimas bezorgen. In tegendeel! Warme jams komen jouw oren tegemoet. De composities zijn deel geïmproviseerd, deels gecomponeerd. De harmonieën en ritmes blijven grotendeels constant op de vijf nummers van deze plaat. Af en toe wordt er vrijer gespeeld, maar de ruggengraat van de composities blijven in de buurt. Enkel de ingrediënten wijzigen: een folk gitaar, een kalimba, een fanfare, oosterse harmonieën, een koor, etc... Deze reeks klinkt misschien als een rare hutsepot, maar proef het. Luister naar het openingsnummer, zet de volume knop dicht tegen de dubbele cijfers. Als je bij seconde veertig geen stroomstoot voelt, raadpleeg eventueel een dokter.
Als platen in voltages werden gequoteerd in plaats van in sterren, dan is deze Vergeten Plaat één van de kortsluitingen.

Various - RadioNome... (1982, VPRO)



In 1982 bracht de Nederlandse radiozender VPRO een compilatie uit waarbij hun programma RadioNome centraal stond. De plaat werd samengesteld door de presentator en bezieler van het programma, Richard Zeilstra. In die periode waren er verschillende baanbrekende radioprogramma's te horen op de VPRO. Er was bijvoorbeeld 'De Suite' met Wim T Schippers, maar met het licht op deze Vergeten Plaat beperken we ons beter tot twee programma's: Spleen en RadioNome. Beiden besteedden aandacht aan de avant-garde en nieuwe muziek en meer bepaald de groepen die een duidelijke focus hadden op new wave, minimal en synthmuziek. In hun zendtijd kwamen bands aan bod zoals Clock DVA, Benjamin Lew, Ptose, Der Plan, Muslimgauze en The Legendary Pink Dots.
Deze twee radioprogramma's komen samen op deze Vergeten Plaat. Zo vind je er nummers op terug van de muziekgroepen waarin de presentatoren zelf speelden. De makers van Spleen waren Ignit en Van Kaye. Zij leverden drie nummers voor deze LP. De bezieler zelf deelt tracks van zijn groepen Nine Circles en Genetic Factor .
In totaal staan er zes verschillende Nederlandse groepen op deze uitgave en die kan je vooral situeren in het Amsterdamse en Haarlemse krakersmilieu. In die tijd was het er een echte broeihaard van allerhande groepen en releases. Als je kijkt wat Ignit & Van Kaye hebben uitgebracht op hun label Ding Dong Records And Tapes, dan zie je vanzelf een nieuw ruimteprobleem rijzen in je platenkast.

Het album start met een nummer van Stephen Emmer. De muziek is een mengeling van Oosterse percussie en Westerse synthesizermuziek. Het doet erg filmisch aan en klinkt als een themasong. Stephen Emmer staat bekend als de oprichter van het muziektijdschrift Vinyl en was ook een tijdje presentator van het programma Radionome. Later zou hij vooral faam maken dankzij talloze tunes die hij maakte voor televisieprogramma's.
Ignit en Van Kaye leverden drie opzwepende new wave nummers. Wanneer Ignit van Kasteren – de enige vrouwenstem in dit trio – zingt, komt de Belgische groep Vita Noctis dicht in de buurt. Als je Ed van Kasteren hoort, krijg je het gevoel dat hij fantaseerde over een bestaan als Amerikaanse rock 'n roll junkie.
De A-kant wordt afgerond met twee nummers van de groep Nine Circles. Spilfiguur van die groep is de samensteller van het album Richard Zeilstra. Het verhaal gaat de ronde dat de groep begon onder de naam 'Genetic Factor' omdat de band drie mannelijke groepsleden telde. Toen die elk een vriendin hadden, verdeelden ze hun huis onder in drie aparte delen en ontstonden er ook drie bands die door het leven ging als Nine Circles. Uiteraard duurde dat verhaal niet erg lang en na twee jaar hielden ze het voor bekeken.

De groep Smalts opent de B-kant van de compilatie met twee nummers. Het groepsgeluid klinkt avontuurlijk: een goeie baslijn en zeer fijne klankstructuren doen denken aan het betere solowerk van Brian Eno. Verder worden etnische invloeden gecombineerd met computertechnologie. Alles klinkt tot op vandaag nog steeds hedendaags en relevant. De groep Smalts ging verder onder de naam MinnyPops en kwam recent terug bovendrijven dankzij een aantal nieuwe releases.

Cargo Cultus neemt de volgende twee bijdrages voor hun conto. Het Haarlemse trio heeft Fad Gadget, Daf en Joy Division als referenties. Er zijn een paar singels te vinden van de groep, maar daarna verdwenen ze in het Nederlandse nachtleven. De leider van de groep, Dick Koopman, gaat vandaag nog steeds als een hedonist door het leven in de vorm van organisator van allerhande gay parties.
De plaat eindigt met het soloproject van de bezieler. Onder de naam Genetic Factor creëert Richard Zeilstra een experimenteel sluitstuk vol angstaanjagende geluiden en een dreigende toon. Die wordt helemaal ten top gedreven op het moment dat de protagonist met lugubere stem afscheid neemt van de wereld.Een zeer leuke verzamelaar uit de tijd dat samenstellers en muzikanten bijna altijd dezelfde taal spraken.

John Van Rymenant, Michael Galasso - Scan Lines (1984, Igloo)



Ik wil mijn sympathie voor de unionisten onder ons hier niet onder stoelen of banken steken. Vandaar dat er nog eens een Belgische Vergeten Plaat wordt besproken. Eigen lof eerst.

“Scan Lines, or the paradise of the artificial eye” is de soundtrack bij een dansvoorstelling van het gezelschap Plan K. Dit Brussels multidisciplinair gezelschap werd opgericht in 1973 door Frédéric – what’s in a name - Flamand. Ze organiseerden exposities, dansvoorstellingen en concerten. Mensen zoals William Burroughs, Steve Macy, Joy Division en Charlemagne Palestine waren er te gast. Een andere Belgische partner kwam op de proppen om het vinyl van Scan Lines te persen. Het Igloo-label werd opgericht in 1978 en begon met de uitgave van voornamelijk elektroakoestische werken. Later zou het qua genre opschuiven naar moderne jazz. In de beginjaren werden platen uitgebracht van Godfried Willem Raes, Leo Küpper en Henri Chopin. Na deze periode brachten ze werken uit van onder andere Philip Catherine en Charles Loos.

Deze Vergeten Plaat was de tweede samenwerking van dit Belgische triumviraat. Het enige verschil met Van Rijmenants’ debuut Memory Stop uit 1982, is dat hij voor Scan Lines werd bijgestaan door Michael Gallaso. Deze onlangs overleden Amerikaan werd in de jaren negentig bekend als componist voor de soundtrack van In the Mood for Love van Wong Kar Wai. Hij startte zijn carrière echter in de jaren zeventig met het maken van muziek voor Robert Wilsonen en zou later in zijn loopbaan onder meer samenwerken met Karole Armitage en Lucinda Childs. Zijn eerste soloplaat ‘Scenes’ werd in 1983 uitgebracht door het ECM-label.

John Van Rijmenant zelf werd geboren begin jaren vijftig en is een Belgischmuzikant pur sang. In de beginjaren van zijn loopbaan was hij betrokken bij onze vaderlandse muziekgeschiedenis. Zo speelde hij bij de groepen Waterloo en Necronomicon. Die laatste band veranderde later van naam naar Univers Zero. We schrijven begin jaren zeventig. Een paar jaar later zou John samen met Kris Shannen een groep beginnen: Pneuma Two. Nog een decennium later zou Van Rijmenant sax spelen op de platen van Geoff Leigh en Frank Wuyts.

Deze tweede lp van John Van Rijmenant was dus een soundtrack bij een multimediaproject. De première van het stuk Scan Lines vond plaats in Tokio begin 1984. Pas enkele maanden later zou de plaat live worden opgenomen tijdens een optreden in New York.

John Van Rijmenant speelt synthesizer, sequencer, effecten, saxofoon en tapes. Zijn saxofoontechniek is in zekere zin vrij ongewoon te noemen, toch zeker voor die tijd. Hij maakte gebruik van een contactmicrofoon in zijn instrument, die het geluid elektronisch manipuleerde. Je kan het een beetje vergelijken met de techniek van Jon Hassell. Michael Galasso speelt elektrische viool met een paar vooraf opgenomen stukken, aangevuld met enkele effecten. De plaat, en ik vermoed ook het stuk, bestaat uit vier aparte delen. Nummers kregen geen titels, de makers hielden het bij ‘parts’.

De plaat start met een minimalistisch en ritmisch pizzicatonummer. Daarboven weeft de violist trage, romantische guirlandenoten. Een koude romantische sfeer overheerst en als ik een referentie moet maken naar een andere groep, dan denk ik meteen aan The Penguin Café Orchestra. Een trage elektronische drumsequentie begint mee te spelen, gaat dan langzaamaan overheersen en wordt nog enkel bijgestaan door ijle klanken. Een progressieve dialoog tussen viool en saxofoon zwelt aan en alles eindigt op eenzelfde vriendelijke toon. Onmiddellijk daarna wordt het tweede stuk aangesneden met een gekke drukte van elektronische geluiden, ritmes en marcherende melodieën die doen denken aan Art Zoyd. Het is het meest dansgeoriënteerde nummer.

Eenmaal de plaat wordt omgedraaid, bladeren we enkele eeuwen terug. Een variatie van JS Bachs ‘Partita voor soloviool’ wordt nauwgezet omgesmolten naar iets dat klinkt als een Amerikaans minimalistisch stuk. Lange tijd neemt de melodie je mee tot er een lage frequentie invalt, die gespeeld wordt op keyboard. Samen met een diepklinkende sax vormt dit geheel een trieste droon die enkel wordt opgevrolijkt door violen die in de verte enkele arpeggio’s spelen.

Het slotstuk start met een zeer breekbaar geluid dat ergens tussen ritme en melodie zweeft, dankzij viool en synthesizer, een sequencer en geluidseffecten. Het nummer krijgt een plotse wending wanneer een drumpatroon invalt dat doet denken aan het ritme van een treinlocomotief. Het is het einde van deze Vergeten Plaat en misschien het begin van een winters ‘Igloo-moment’ voor jou.

maandag 15 november 2010

Francisco Semprun & Michel Christodoulidès ‘Mondes Incantatoires et Espaces Carnivores’ (Le Kiosque d’Orphée, France, 1970)








De Spanjaard Francisco Semprun en de Griek Michel Christodoulidès verhuisden in hun jonge jaren beiden naar Parijs. Daar liepen ze elkaar tegen het lijf en ze vormden er tijdens de jaren zeventig een sterk muzikaal duo. In hoofdzaak componeerden ze beiden in opdracht ter opluistering van toneelstukken, pantomimes en films. De muziek die ze hiervoor creëerden, was voornamelijk geïmproviseerd. Daarnaast werkte het koppel ook in opdracht van de Franse overheid voor wie ze muziek schreven die diende tot het stimuleren van lichaamsbeweging. De overheid gaf in de jaren zeventig namelijk platen uit op het Unidisc label onder de naam 'expression corporelle'. Daarvoor namen Semprun en Christodoulidès onder andere volgende platen op: Choréo-Rythmes, Espaces Dynamiques en Métamorphoses.




De opnames van deze Vergeten Plaat behoren tot de categorie improvisatiemuziek voor dans- en theaterworkshops en werd uitgegeven door Le Kiosque d’Orphée. Dit Franse label werd opgericht door Guy Bart in de late jaren vijftig. Het was bekend om zijn brede smaak en het bracht zowat alle muziekgenres uit, gaande van folk over traditionele muziek tot maçonnieke muziek en theatermuziek. Daarnaast bracht het label ook platen uit, die door de muzikanten zelf werden bekostigd. Het betreft hier voornamelijk uitgaven die in zeer beperkte oplage, soms op slechts vijftig exemplaren, werden geperst. ‘Mondes Incantatoires et Espaces Carnvores’ is zo'n uitgave.





De muziek duurt in totaal een kleine achtentwintig minuten en werd uitgebracht op 10-inch formaat. De publicatie is een compilatie die Semprun en Christodoulidès maakten voor een mimestuk. Dat stuk werd gebracht door twee Franse vrouwen - Pinok en Matho - wiens echte namen Monique Bertrand en Mathilde Dumont zijn. Deze twee dames richtten een Parijse mimeschool op in 1962: TEMP (Théatre Ecole Mouvement et Pensée), waar vele Franse acteurs hun workshops zouden volgen in de jaren zestig en zeventig. Om hun workshops te documenteren, schreven deze dames ook verschillende boeken, die op hun beurt door vele Franse lesgevers werden gebruikt. Deze boeken werden ook voorzien van een muzikale begeleiding, waaronder enkele nummers die op deze Vergeten Plaat staan. Later zouden dezelfde componisten nog een soundtrack maken voor Pinok en Matho, maar dan op het Unidisc label.





Semprun en Christodoulidès bespelen akoestische instrumenten, opgenomen in een ruimte met veel natuurlijke galm. Hun geluid is daardoor zeer atmosferisch en geeft ook een echt livegevoel, in plaats van als een droge studio-opname te klinken. 

De componisten gebruiken een brede waaier aan instrumenten. De nummers bestaan meestal uit een combinatie van percussie- en snaarinstrumenten. Plukkende gitaren worden bijgestaan door een darbuka, xylofoon, marimba en gongs.



Doordat de liedjes op deze plaat dienden ter begeleiding van het mimespel, klinken de meeste nummers ritmisch en soms ritueel. Bij een eerste beluistering zou je denken dat de plaat gemaakt is door Aziaten, dan weer door een Afrikaanse stam. Enkel door de studiotechnieken en toonaard verraden de makers hun Westerse karakter. Vele composities kan je omschrijven als imaginaire etnische muziek, die worden afgewisseld door Westerse vrije of avant-gardistische stukken. (spatie invoegen)



Bepaalde gitaarstukken doen mij denken aan Kali Bahlu, maar ook aan Derek Bailey of Giacinto Scelci, met zijn werk Three Dances of Shiva. Andere nummers klinken als Nino Rota's LSD Roma, Harry Partch's Balled for Gymnasts of Moondog's debuut lp's. De klankkleur van de plaat lijkt ook op het zanderige en warme van Eden Ahbez’s opnames. Kortom, deze Vergeten Plaat klinkt erg breed en zal iedereen kunnen aanspreken om zich op regenachtige winterdagen te verwarmen met onbewolkte aardse creaties.

zaterdag 13 november 2010

DOUGLAS LEEDY – ENTROPICAL PARADISE (1971, Seraphim Records)


Douglas Leedy groeide eind jaren vijftig op aan de westkust van Amerika. Hij studeerde voor componist aan de universiteit van Californië samen met La Monte Young en Terry Riley. Alledrie werden ze gerespecteerde componisten, alhoewel Leedy nooit de aandacht kreeg die Young en Riley genieten. Desondanks mag Leedy’s contributie niet gezien worden als verwaarloosbaar. Na zijn studies, gaf Leedy les aan de universiteit van Californië en hij speelde er een centrale rol in het ontwerpen en bouwen van hun elektronische muziekstudio. In die tijd experimenteerde Douglas ook met zijn Ognob Generator, alsook met zijn Moog- en Buchlasynthesizers. Zonder in detail te gaan over de eigenschappen ervan zijn die elektronische instrumenten typerend voor de jaren zestig. Uit dezelfde periode stamt zijn eerste album: The Electric Zodiac. De muziek is een sonisch tapijt dat beweegt in een tijdloze en grenzeloze ruimte. Het is een soort continue compositie opgebouwd uit frequenties van elektronische geluiden. Zelf beschreef Leedy het als "a continuum of music of the cosmos". Leedy’s muziek is in het algemeen erg melodisch, tonaal en eigenlijk vrij toegankelijk. Hij maakt vaak gebruik van herhaling, kleine intonaties of klemtonen, waardoor zijn muziek wordt gecategoriseerd als minimaal. Mede dankzij zijn studies en onderzoek naar vroege westerse en Indische muziek komen sommige van zijn werkstukken in de buurt van die van zijn collega’s Harry Partch en Lou Harrison. Zijn composities klinken ruim en verwijzen regelmatig naar vroeg-Griekse en Latijnse muziek, zowel op muzikaal als tekstueel vlak.

Deze Vergeten Plaat, Entropical Paradise, is een driedubbele lp vol met Moogsploitation. De sfeer is net zoals bij Leedy’s debuutplaat kalm, atmosferisch en ook wel academisch. Het geluid is tijdloos en het geheel blijft een klassieker in het genre. De uitvinding van het genre ambientmuziek wordt aan verschillende muzikanten toegewezen. Net als Eno, Satie en Feldman ontving Douglas Leedy deze zinloze pluim. Meer bepaald dankzij deze uitgave: een plaat waar analoge synthesizers een auditieve omgeving weergeven zonder expliciete climax noch duidelijke structuur. Leedy werd erg beïnvloed door oosterse muziek. Niet zozeer door de klank, maar eerder door de filosofie, structuur en tijdscode, of net het ontbreken daarvan. Leedy ziet de tijd als het meest fundamentele aspect van een muzikale ervaring. Het onderscheidt muziek van bijna alle andere kunstvormen. Muziek grijpt plaats in de tijd en creëert verschillende inzichten van wat tijdelijke ervaringen zijn. Meestal kunnen we stellen dat westerse muziek lineair is en een bepaald doel nastreeft: naar een bepaalde climax of in een bepaalde richting. Leedy echter heeft een voorkeur om net dat doel te negeren en muziek te schrijven waar de gedachte 'tijd' weg of zoek is. Los van zijn muziek vertelt het ook iets over 's mans levenswijze. Hij wil niet echt weten waar hij nu precies is, wat hij nu precies doet, hoeveel hij precies op de bank heeft staan. Je kan de naald ergens willekeurig laten vallen op zijn plaat en je hebt geen idee waar je je precies in het stuk bevindt. Dat heb je bij westerse muziek uiteraard meestal wel. Er is geen begin, midden of einde bij Leedy’s muziek. Dat kan voor sommige mensen ronduit vervelend klinken, maar voor liefhebbers van Leedy’s bovengenoemde klasgenoten is dit een absolute aanrader.