woensdag 13 april 2011

John Van Rymenant, Michael Galasso - Scan Lines (1984, Igloo)



Ik wil mijn sympathie voor de unionisten onder ons hier niet onder stoelen of banken steken. Vandaar dat er nog eens een Belgische Vergeten Plaat wordt besproken. Eigen lof eerst.

“Scan Lines, or the paradise of the artificial eye” is de soundtrack bij een dansvoorstelling van het gezelschap Plan K. Dit Brussels multidisciplinair gezelschap werd opgericht in 1973 door Frédéric – what’s in a name - Flamand. Ze organiseerden exposities, dansvoorstellingen en concerten. Mensen zoals William Burroughs, Steve Macy, Joy Division en Charlemagne Palestine waren er te gast. Een andere Belgische partner kwam op de proppen om het vinyl van Scan Lines te persen. Het Igloo-label werd opgericht in 1978 en begon met de uitgave van voornamelijk elektroakoestische werken. Later zou het qua genre opschuiven naar moderne jazz. In de beginjaren werden platen uitgebracht van Godfried Willem Raes, Leo Küpper en Henri Chopin. Na deze periode brachten ze werken uit van onder andere Philip Catherine en Charles Loos.

Deze Vergeten Plaat was de tweede samenwerking van dit Belgische triumviraat. Het enige verschil met Van Rijmenants’ debuut Memory Stop uit 1982, is dat hij voor Scan Lines werd bijgestaan door Michael Gallaso. Deze onlangs overleden Amerikaan werd in de jaren negentig bekend als componist voor de soundtrack van In the Mood for Love van Wong Kar Wai. Hij startte zijn carrière echter in de jaren zeventig met het maken van muziek voor Robert Wilsonen en zou later in zijn loopbaan onder meer samenwerken met Karole Armitage en Lucinda Childs. Zijn eerste soloplaat ‘Scenes’ werd in 1983 uitgebracht door het ECM-label.

John Van Rijmenant zelf werd geboren begin jaren vijftig en is een Belgischmuzikant pur sang. In de beginjaren van zijn loopbaan was hij betrokken bij onze vaderlandse muziekgeschiedenis. Zo speelde hij bij de groepen Waterloo en Necronomicon. Die laatste band veranderde later van naam naar Univers Zero. We schrijven begin jaren zeventig. Een paar jaar later zou John samen met Kris Shannen een groep beginnen: Pneuma Two. Nog een decennium later zou Van Rijmenant sax spelen op de platen van Geoff Leigh en Frank Wuyts.

Deze tweede lp van John Van Rijmenant was dus een soundtrack bij een multimediaproject. De première van het stuk Scan Lines vond plaats in Tokio begin 1984. Pas enkele maanden later zou de plaat live worden opgenomen tijdens een optreden in New York.

John Van Rijmenant speelt synthesizer, sequencer, effecten, saxofoon en tapes. Zijn saxofoontechniek is in zekere zin vrij ongewoon te noemen, toch zeker voor die tijd. Hij maakte gebruik van een contactmicrofoon in zijn instrument, die het geluid elektronisch manipuleerde. Je kan het een beetje vergelijken met de techniek van Jon Hassell. Michael Galasso speelt elektrische viool met een paar vooraf opgenomen stukken, aangevuld met enkele effecten. De plaat, en ik vermoed ook het stuk, bestaat uit vier aparte delen. Nummers kregen geen titels, de makers hielden het bij ‘parts’.

De plaat start met een minimalistisch en ritmisch pizzicatonummer. Daarboven weeft de violist trage, romantische guirlandenoten. Een koude romantische sfeer overheerst en als ik een referentie moet maken naar een andere groep, dan denk ik meteen aan The Penguin Café Orchestra. Een trage elektronische drumsequentie begint mee te spelen, gaat dan langzaamaan overheersen en wordt nog enkel bijgestaan door ijle klanken. Een progressieve dialoog tussen viool en saxofoon zwelt aan en alles eindigt op eenzelfde vriendelijke toon. Onmiddellijk daarna wordt het tweede stuk aangesneden met een gekke drukte van elektronische geluiden, ritmes en marcherende melodieën die doen denken aan Art Zoyd. Het is het meest dansgeoriënteerde nummer.

Eenmaal de plaat wordt omgedraaid, bladeren we enkele eeuwen terug. Een variatie van JS Bachs ‘Partita voor soloviool’ wordt nauwgezet omgesmolten naar iets dat klinkt als een Amerikaans minimalistisch stuk. Lange tijd neemt de melodie je mee tot er een lage frequentie invalt, die gespeeld wordt op keyboard. Samen met een diepklinkende sax vormt dit geheel een trieste droon die enkel wordt opgevrolijkt door violen die in de verte enkele arpeggio’s spelen.

Het slotstuk start met een zeer breekbaar geluid dat ergens tussen ritme en melodie zweeft, dankzij viool en synthesizer, een sequencer en geluidseffecten. Het nummer krijgt een plotse wending wanneer een drumpatroon invalt dat doet denken aan het ritme van een treinlocomotief. Het is het einde van deze Vergeten Plaat en misschien het begin van een winters ‘Igloo-moment’ voor jou.

Geen opmerkingen: