
De Spanjaard Francisco Semprun en de Griek Michel Christodoulidès verhuisden in hun jonge jaren beiden naar Parijs. Daar liepen ze elkaar tegen het lijf en ze vormden er tijdens de jaren zeventig een sterk muzikaal duo. In hoofdzaak componeerden ze beiden in opdracht ter opluistering van toneelstukken, pantomimes en films. De muziek die ze hiervoor creëerden, was voornamelijk geïmproviseerd. Daarnaast werkte het koppel ook in opdracht van de Franse overheid voor wie ze muziek schreven die diende tot het stimuleren van lichaamsbeweging. De overheid gaf in de jaren zeventig namelijk platen uit op het Unidisc label onder de naam 'expression corporelle'. Daarvoor namen Semprun en Christodoulidès onder andere volgende platen op: Choréo-Rythmes, Espaces Dynamiques en Métamorphoses.
De opnames van deze Vergeten Plaat behoren tot de categorie improvisatiemuziek voor dans- en theaterworkshops en werd uitgegeven door Le Kiosque d’Orphée. Dit Franse label werd opgericht door Guy Bart in de late jaren vijftig. Het was bekend om zijn brede smaak en het bracht zowat alle muziekgenres uit, gaande van folk over traditionele muziek tot maçonnieke muziek en theatermuziek. Daarnaast bracht het label ook platen uit, die door de muzikanten zelf werden bekostigd. Het betreft hier voornamelijk uitgaven die in zeer beperkte oplage, soms op slechts vijftig exemplaren, werden geperst. ‘Mondes Incantatoires et Espaces Carnvores’ is zo'n uitgave.
De muziek duurt in totaal een kleine achtentwintig minuten en werd uitgebracht op 10-inch formaat. De publicatie is een compilatie die Semprun en Christodoulidès maakten voor een mimestuk. Dat stuk werd gebracht door twee Franse vrouwen - Pinok en Matho - wiens echte namen Monique Bertrand en Mathilde Dumont zijn. Deze twee dames richtten een Parijse mimeschool op in 1962: TEMP (Théatre Ecole Mouvement et Pensée), waar vele Franse acteurs hun workshops zouden volgen in de jaren zestig en zeventig. Om hun workshops te documenteren, schreven deze dames ook verschillende boeken, die op hun beurt door vele Franse lesgevers werden gebruikt. Deze boeken werden ook voorzien van een muzikale begeleiding, waaronder enkele nummers die op deze Vergeten Plaat staan. Later zouden dezelfde componisten nog een soundtrack maken voor Pinok en Matho, maar dan op het Unidisc label.
Semprun en Christodoulidès bespelen akoestische instrumenten, opgenomen in een ruimte met veel natuurlijke galm. Hun geluid is daardoor zeer atmosferisch en geeft ook een echt livegevoel, in plaats van als een droge studio-opname te klinken. De componisten gebruiken een brede waaier aan instrumenten. De nummers bestaan meestal uit een combinatie van percussie- en snaarinstrumenten. Plukkende gitaren worden bijgestaan door een darbuka, xylofoon, marimba en gongs.
Doordat de liedjes op deze plaat dienden ter begeleiding van het mimespel, klinken de meeste nummers ritmisch en soms ritueel. Bij een eerste beluistering zou je denken dat de plaat gemaakt is door Aziaten, dan weer door een Afrikaanse stam. Enkel door de studiotechnieken en toonaard verraden de makers hun Westerse karakter. Vele composities kan je omschrijven als imaginaire etnische muziek, die worden afgewisseld door Westerse vrije of avant-gardistische stukken. (spatie invoegen) Bepaalde gitaarstukken doen mij denken aan Kali Bahlu, maar ook aan Derek Bailey of Giacinto Scelci, met zijn werk Three Dances of Shiva. Andere nummers klinken als Nino Rota's LSD Roma, Harry Partch's Balled for Gymnasts of Moondog's debuut lp's. De klankkleur van de plaat lijkt ook op het zanderige en warme van Eden Ahbez’s opnames. Kortom, deze Vergeten Plaat klinkt erg breed en zal iedereen kunnen aanspreken om zich op regenachtige winterdagen te verwarmen met onbewolkte aardse creaties.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten