
Douglas Leedy groeide eind jaren vijftig op aan de westkust van Amerika. Hij studeerde voor componist aan de universiteit van Californië samen met La Monte Young en Terry Riley. Alledrie werden ze gerespecteerde componisten, alhoewel Leedy nooit de aandacht kreeg die Young en Riley genieten. Desondanks mag Leedy’s contributie niet gezien worden als verwaarloosbaar. Na zijn studies, gaf Leedy les aan de universiteit van Californië en hij speelde er een centrale rol in het ontwerpen en bouwen van hun elektronische muziekstudio. In die tijd experimenteerde Douglas ook met zijn Ognob Generator, alsook met zijn Moog- en Buchlasynthesizers. Zonder in detail te gaan over de eigenschappen ervan zijn die elektronische instrumenten typerend voor de jaren zestig. Uit dezelfde periode stamt zijn eerste album: The Electric Zodiac. De muziek is een sonisch tapijt dat beweegt in een tijdloze en grenzeloze ruimte. Het is een soort continue compositie opgebouwd uit frequenties van elektronische geluiden. Zelf beschreef Leedy het als "a continuum of music of the cosmos". Leedy’s muziek is in het algemeen erg melodisch, tonaal en eigenlijk vrij toegankelijk. Hij maakt vaak gebruik van herhaling, kleine intonaties of klemtonen, waardoor zijn muziek wordt gecategoriseerd als minimaal. Mede dankzij zijn studies en onderzoek naar vroege westerse en Indische muziek komen sommige van zijn werkstukken in de buurt van die van zijn collega’s Harry Partch en Lou Harrison. Zijn composities klinken ruim en verwijzen regelmatig naar vroeg-Griekse en Latijnse muziek, zowel op muzikaal als tekstueel vlak.
Deze Vergeten Plaat, Entropical Paradise, is een driedubbele lp vol met Moogsploitation. De sfeer is net zoals bij Leedy’s debuutplaat kalm, atmosferisch en ook wel academisch. Het geluid is tijdloos en het geheel blijft een klassieker in het genre. De uitvinding van het genre ambientmuziek wordt aan verschillende muzikanten toegewezen. Net als Eno, Satie en Feldman ontving Douglas Leedy deze zinloze pluim. Meer bepaald dankzij deze uitgave: een plaat waar analoge synthesizers een auditieve omgeving weergeven zonder expliciete climax noch duidelijke structuur. Leedy werd erg beïnvloed door oosterse muziek. Niet zozeer door de klank, maar eerder door de filosofie, structuur en tijdscode, of net het ontbreken daarvan. Leedy ziet de tijd als het meest fundamentele aspect van een muzikale ervaring. Het onderscheidt muziek van bijna alle andere kunstvormen. Muziek grijpt plaats in de tijd en creëert verschillende inzichten van wat tijdelijke ervaringen zijn. Meestal kunnen we stellen dat westerse muziek lineair is en een bepaald doel nastreeft: naar een bepaalde climax of in een bepaalde richting. Leedy echter heeft een voorkeur om net dat doel te negeren en muziek te schrijven waar de gedachte 'tijd' weg of zoek is. Los van zijn muziek vertelt het ook iets over 's mans levenswijze. Hij wil niet echt weten waar hij nu precies is, wat hij nu precies doet, hoeveel hij precies op de bank heeft staan. Je kan de naald ergens willekeurig laten vallen op zijn plaat en je hebt geen idee waar je je precies in het stuk bevindt. Dat heb je bij westerse muziek uiteraard meestal wel. Er is geen begin, midden of einde bij Leedy’s muziek. Dat kan voor sommige mensen ronduit vervelend klinken, maar voor liefhebbers van Leedy’s bovengenoemde klasgenoten is dit een absolute aanrader.
1 opmerking:
http://www.sendspace.com/file/qu6p66
Een reactie posten