dinsdag 15 december 2009

Jack Treese - Maitro The Truffle Man (USA, Saravah, 1974)




Wat doe je als een vriend van je overlijdt ? Nog even de schijn ophouden, bijvoorbeeld. Zijn favoriete drankje inschenken en een Vergeten Plaat ‘delen’. Het drankje is Talisker, een sublieme klassieke Schotse single malt, afkomstig van het eiland Skye. De lp is van de Amerikaan Jack Treese, geboren begin jaren veertig in een achterlijk midwesters boerengat in Minnesota. Zijn familie was ongelooflijk muzikaal, elk gezinslid speelde een instrument. Aanvankelijk koos Jack Treese, net zoals zijn moeder, voor de piano. Jaren later, toen hij aan de universiteit van Saint-Cloud studeerde, leerde hij gitaar spelen door niemand minder dan Leo Kottke. Het zijn de jaren van de oorlog in Vietnam en Jack doet zijn best om voor alle vakken zo goed mogelijk te presteren, zodat hij daar niet naar toe moet. Op een bepaald moment moet hij toch vertrekken, maar een vriend neemt zijn plaats in. Tot 1966 blijft hij de oorlog al studerend ontvluchten, tot hij de boeken toch durft toe te doen en naar Californië vertrekt. Daar probeert hij te overleven als muzikant door in coffeeshops en scholen te spelen tussen Los Angeles en Santa Barbara.
Na twee jaar beslist hij om op reis te gaan. Zijn bedoeling is om enkele maanden in Frankrijk te verblijven, maar dat werd net iets langer. Hij keert niet meer terug naar de States. De rest van zijn leven brengt hij voornamelijk door in verschillende landelijke streken van Frankrijk. Maar eerst verbleef hij wel in Parijs, hij kwam daar trouwens net in mei 1968 aan. Hij leert er een Franse muzikant kennen, Jean-Max Brua, ook een miskend genie. Die weet een van zijn werkgevers te overtuigen om Treese een podium te geven. Samen met Brua en enkele lokale helden neemt Jack Treese in 1971 zijn eerste lp op: “Kumberland”. Dankzij de release van dit album hoort een zekere Pierre Barouh de muziek van de vers ingeweken Amerikaan en hij geeft hem de vrijheid om wat op te nemen voor zijn label Saravah. Jack Treese neemt in totaal drie lp’s op voor dit smaakvolle label. Zowel eigen werk als opnames met Jacques Higelin, David McNeil en Brigitte Fontaine. “Maitro The Truffle Man” werd zijn laatste werk voor Saravah en was een ode aan zijn pasgeboren zoon. Op dat moment woonde de Amerikaan in de Périgord en dat is duidelijk te horen aan het album. Je zou je bij The Black Twigs in Virginia kunnen wanen, een soirée dansante voor cowboys met Europese roots! Het tweede nummer brengt je meteen ergens anders: een Gabonees koor wordt geflankeerd door een zwaar marcherende en declamerende zanger. Op de rest van de plaat staat nog één nummer met zang, maar voor de rest hoor je alleen instrumentale nummers.
Het derde en vierde nummer zijn eigenlijk gewoon warme folksongs. Muziek om bij een knetterend haardvuur te spelen. Draai deze plaat om en je komt in een opgewekte, luidruchtige herberg terecht. Soms denk ik dat Jim O'Rourke deze plaat moet kennen. Verschillende nummers doen me, vooral op de B-kant dan, denken aan O'Rourkes popnummers. Het tweede nummer op die kant raakt je meteen. Het klinkt niet echt triest, maar de combinatie van cello en klassieke gitaar geven je als luisteraar koude rillingen.
De plaat zit boordevol mooie melodieën. Niks spectaculairs, geen dingen die je nog nooit hebt gehoord of waar je achterover van valt, maar een pure, mooie én oerdegelijke plaat. En een album dat gebracht wordt door een gitarist die de vingers heeft van een houtsnijder, hard doordrukt op zijn frets en mooi speelt zonder pathetisch te klinken. Je kunt het speelplezier en overtuiging van de muzikant visualiseren terwijl je luistert. Ik denk dat de meeste van mijn vrienden deze Vergeten Plaat ook graag zullen horen. I'll have another sip. Slaapwel Jack Rose …

zaterdag 12 december 2009

Holy Toy - Why Not in Choir? / Czemu nie w chórze? (Sonet Music, Noorwegen, 1985)



De herfst maakt me zo pissig als een stel Poolse voetbalhooligans. Misschien moet ik gewoon eens een Playstation-game ontwikkelen, waarin allerhande supporterclans op elkaars smoel mogen slaan. De soundtrack komt ongetwijfeld van de groep Holy Toy. Ritmisch, atmosferisch donker, vuil, inventief en afwisselend. Hier en daar doen ze je denken aan This Heat, Joy Division, Suicide, The Pop Group, Laibach... Hoe meer ik het album Why Not in Choir ofte Czemu nie w chórze beluister, hoe meer het vernuft van deze muzikanten me plezieren. Mijn pissige bui wordt al snel omgebogen naar extreme goedgeluimdheid.
Holy Toy was de band van de Poolse vluchteling Andrej Nebb. Hij vestigde zich eind jaren zeventig in Noorwegen en verwierf enige bekendheid met zijn post-punk groep De Press. Hij verkoos daarna een ietwat experimentelere koers te varen en richtte samen met Bjorn Sorkness en Lars Pedersen de groep Holy Toy op. De groep zou acht jaar lang in een min of meer los verband bestaan en stopte ermee in 1990.
'Why Not in Choir', is het derde full album van de groep . Producers van dienst waren Andrej en Lars, die ook alle instrumenten bespeelden. Voor hun eerste releases deden ze nog een een beroep op producer John Leckie, die je misschien kent van zijn werk met de Buzzcocks, The Fall en New Order.
Deze Vergeten Plaat is minder dansbaar dan hun vroegere werk en klinkt eerder experimenteel industrieel in vergelijking met hun dansbare wave-geluid van de beginperiode.
Het album start met het geluid van loslopende varkens die de uitgang van het slachthuis maar niet vinden. Hun tocht wordt begeleid door achterstevoren gespeelde cellolijnen. Industrieel klinkende drums vallen in, omgeven door bizarre synthesizergeluiden. Bijna onverstaanbaar prevelende stemmen declameren de terugkeer van wat verging. Alle elementen worden samen gegooid en een ongelooflijk sterk nummer ontspint zich. Het tweede nummer start terug met zwijnen, deze keer begeleid door marsmuziek. Opnieuw komen mannenstemmen naar voor, maar nu eerder met een Oost-Europese inslag. Wat ze zingen is mij een raadsel. Andrej Nebb gooit er soms wat Engelse woorden bij, maar de man is een notoir linguïstisch verkrachter. Ook zijn Noors is eigenlijk een speciaal Pools brouwsel.
Het derde nummer sijpelt binnen. Donkere atmosferische lagen slepen aan en worden verrijkt met hogere tonen van echoënde beltorens. Net als het bijna romantisch dreigt te klinken, schrikt een metalen leger van geluiden je op. De plaat gaat op zijn elan voort om de eerste zijde af te sluiten met de industriële meezinger 'Men at Work'. De A-kant was al goed, maar er is natuurlijk nog die andere kant.
De B-kant overziet een breder muzikaal spectrum en start met een middeleeuws klinkend volkslied dat naar een vreemd elektronisch nummer glijdt. Eén van de redenen waarom hun klanken zo bizar zijn, is dat hun Farfisa-orgel deels stuk was en er geluiden uitkwamen die er niet hoorden te zijn. Er volgen een aantal uptempo-nummers. Donker gelaagd, maar totaal niet deprimerend. Alleen al door hun diversiteit blijven de nummers je constant boeien. Ook opvallend: op de B-kant zijn de baslijnen van Andrej Nebb. Ze zijn veel nadrukkelijker dan bij de eerste nummers. Maar misschien valt het mij gewoon meer op omdat Andrej maar met enkele vingers speelde. Bij een ongeval verloor hij namelijk een aantal vingers. Het is een raadsel wat er precies gebeurde, want als hij zijn relaas doet, vertelt hij telkens iets anders.
Het album eindigt met een tribal klinkend industrieel musique concrète nummer, om dan uiteindelijk af te sluiten bij de titel van de plaat: een Pools koor. Waarom niet ?
Ik koos Why Not in Choir van Holy Toy, maar koop gewoon al hun platen. Het ene album is iets dansbaarder en neigt naar Suicide, het ander is iets complexer en doet je denken aan This Heat.
Je Poolse poetsdame zal tevreden zijn.

Ramases - Space Hymns (Vertigo, 1971)



Dit is misschien de meest toegankelijke Vergeten Plaat tot nog toe. Bij Ramases’ Space Hymns gaat het hem meer dan louter omtrent deze plaat alleen. Het gaat hem hier ook over de band van Ramases, die gevormd werd door 10CC voor ze 10CC vormden, voor ze overgingen in Hotlegs en vervolgens in Codley & Cream.
Ramases is de mysterieuze Engelsman Martin Raphael, die soms ook door het leven ging als Barrington Frost. Geboren eind jaren dertig in Sheffield, overleefde hij als verkoper van verwarmingstoestellen. Op een goeie dag, toen hij met de auto reed, kwam de Egyptische god Ramases naast hem zitten en vertelde Martin de echte mening van het universum. Daarbij bleek nog eens dat de chauffeur de reïncarnatie was van Ramases en hij de taak kreeg om de wereld te informeren over de alomvattende waarheid. Wat hij dan ook onmiddellijk deed.
Samen met zijn vrouw Selket begon hij te musiceren en als bij wonder kregen ze een contract van CBS om er een single op te nemen. Die moest Quasar One heten, maar iemand bij CBS verstond Crazy One. Na enkele andere singles, kwamen ze bij het befaamde Vertigo label terecht, wat toen de progrock afdeling was van Philips. Het album werd opgenomen in de Strawberry Studios in Stockport dat toen gerund werd door vier mensen die later de groep 10CC zouden gaan stichten. Het zal het geluid van deze Vergeten Plaat in belangrijke mate bepalen.
De bassist Graham Gouldman beschrijft de sessies voor Space Hymns als één van zijn favoriete in zijn carrière: “iedereen zat op de grond met akoestische instrumenten en de sfeer was erg hippie en mystiek”. Het album is inderdaad gedrenkt in een folky sfeer en muzikale referenties naar dit album zijn: The Incredible String band en Comus, maar dus ook een meer popklinkende 10CC. De plaat brengt een ander geluid voort dan de meeste Vertigo platen uit die tijd, die eerder prog- en hardrock klonken. Space Hymns wordt gedragen door een vrolijke sfeer met mooie gezangen en hun harmonieën. Misschien moet ik er nog bij vertellen dat deze plaat bijlange niet de perfecte plaat is, of de meest obscure gekke plaat. Het is een steengoede vergeten popplaat.
Het album begint zoals vele hippies op de vloer beginnen te spelen: met fluiten en echoënde geluiden. Een rif komt binnen gewandeld, achterna gezeten door een aangename elektrische gitaar, rondgemaakt door een warme bas, drum en zang. De opnames vind ik zeer mooi gemaakt. Alles zit perfect voor een positieve popplaat. Alle instrumenten zijn goed te horen, er worden leuke effecten gebruikt en de moog synths komen er op tijd in, om alles nog wat meer opgezwollen te maken.
Het eerste nummer en zijn tekst geeft je direct een idee van de mystieke boodschap van deze plaat. Het tweede nummer is dan eerder een meezinger. Het klinkt als een uitbraak van een toevallige jam, waar enkele stoners beginnen te kloppen op flesjes, er wordt gedrumd op een rondslingerende trommel en de enigste tekst is: 'oh mister hello helloo hello helloo”.
Er staat één nummer op deze plaat geschreven door Ramases' vrouw Selket en ik moet zeggen dat ze er deze misschien hadden moeten uitknippen. Maar ja, dan mocht Ramases avonds waarschijnlijk alleen slapen. In ieder geval, het derde nummer zorgt voor een moeilijk moment. De twee volgende nummers van de a-kant maken het gevoel weer goed.
De b-kant telt iets meer studio-effecten. De sfeer blijft dezelfde, maar er wordt meer gebruik gemaakt van tapeloops en andere snufjes. Een absolute aanrader is het nummer Molecular Delusions. Zelfs achteruit gespeeld klinkt het door sitar-gedragen nummer super. Als je naar Kraak optredens komt, kan je het nummer soms horen, in een versie van één van onze die hard fans.
Even verderop mocht mevrouw Selket weer meeschrijven aan een nummer. Jesus heet het en het is het dipje op de b-kant. Hierna wordt mevrouw in een flightcase opgesloten, een vette moog erop geplaatst en de Journey to the Inside kan beginnen. Een nummer op zijn Hollandaise gemaakt: dat is omgekeerd gerold voor de straight etchers onder ons. Het is de perfecte afsluiter voor deze plaat met Lol Creme in een hoofdrol op zijn synth.
De cover van Space Hymns werd gemaakt door Robert Dean en is ook zwaar de moeite. De zeszijdige hoes klapt volledig open. Op de voorkant zie je een opstijgende raket, maar als je de hoes volledig opent, zie je dat het de kerktoren is die zijn basis verlaat. 2012 is bijna daar. Wanneer komt Ra naast mij zitten in de auto ?