
Wat doe je als een vriend van je overlijdt ? Nog even de schijn ophouden, bijvoorbeeld. Zijn favoriete drankje inschenken en een Vergeten Plaat ‘delen’. Het drankje is Talisker, een sublieme klassieke Schotse single malt, afkomstig van het eiland Skye. De lp is van de Amerikaan Jack Treese, geboren begin jaren veertig in een achterlijk midwesters boerengat in Minnesota. Zijn familie was ongelooflijk muzikaal, elk gezinslid speelde een instrument. Aanvankelijk koos Jack Treese, net zoals zijn moeder, voor de piano. Jaren later, toen hij aan de universiteit van Saint-Cloud studeerde, leerde hij gitaar spelen door niemand minder dan Leo Kottke. Het zijn de jaren van de oorlog in Vietnam en Jack doet zijn best om voor alle vakken zo goed mogelijk te presteren, zodat hij daar niet naar toe moet. Op een bepaald moment moet hij toch vertrekken, maar een vriend neemt zijn plaats in. Tot 1966 blijft hij de oorlog al studerend ontvluchten, tot hij de boeken toch durft toe te doen en naar Californië vertrekt. Daar probeert hij te overleven als muzikant door in coffeeshops en scholen te spelen tussen Los Angeles en Santa Barbara.
Na twee jaar beslist hij om op reis te gaan. Zijn bedoeling is om enkele maanden in Frankrijk te verblijven, maar dat werd net iets langer. Hij keert niet meer terug naar de States. De rest van zijn leven brengt hij voornamelijk door in verschillende landelijke streken van Frankrijk. Maar eerst verbleef hij wel in Parijs, hij kwam daar trouwens net in mei 1968 aan. Hij leert er een Franse muzikant kennen, Jean-Max Brua, ook een miskend genie. Die weet een van zijn werkgevers te overtuigen om Treese een podium te geven. Samen met Brua en enkele lokale helden neemt Jack Treese in 1971 zijn eerste lp op: “Kumberland”. Dankzij de release van dit album hoort een zekere Pierre Barouh de muziek van de vers ingeweken Amerikaan en hij geeft hem de vrijheid om wat op te nemen voor zijn label Saravah. Jack Treese neemt in totaal drie lp’s op voor dit smaakvolle label. Zowel eigen werk als opnames met Jacques Higelin, David McNeil en Brigitte Fontaine. “Maitro The Truffle Man” werd zijn laatste werk voor Saravah en was een ode aan zijn pasgeboren zoon. Op dat moment woonde de Amerikaan in de Périgord en dat is duidelijk te horen aan het album. Je zou je bij The Black Twigs in Virginia kunnen wanen, een soirée dansante voor cowboys met Europese roots! Het tweede nummer brengt je meteen ergens anders: een Gabonees koor wordt geflankeerd door een zwaar marcherende en declamerende zanger. Op de rest van de plaat staat nog één nummer met zang, maar voor de rest hoor je alleen instrumentale nummers.
Het derde en vierde nummer zijn eigenlijk gewoon warme folksongs. Muziek om bij een knetterend haardvuur te spelen. Draai deze plaat om en je komt in een opgewekte, luidruchtige herberg terecht. Soms denk ik dat Jim O'Rourke deze plaat moet kennen. Verschillende nummers doen me, vooral op de B-kant dan, denken aan O'Rourkes popnummers. Het tweede nummer op die kant raakt je meteen. Het klinkt niet echt triest, maar de combinatie van cello en klassieke gitaar geven je als luisteraar koude rillingen.
De plaat zit boordevol mooie melodieën. Niks spectaculairs, geen dingen die je nog nooit hebt gehoord of waar je achterover van valt, maar een pure, mooie én oerdegelijke plaat. En een album dat gebracht wordt door een gitarist die de vingers heeft van een houtsnijder, hard doordrukt op zijn frets en mooi speelt zonder pathetisch te klinken. Je kunt het speelplezier en overtuiging van de muzikant visualiseren terwijl je luistert. Ik denk dat de meeste van mijn vrienden deze Vergeten Plaat ook graag zullen horen. I'll have another sip. Slaapwel Jack Rose …
Geen opmerkingen:
Een reactie posten