dinsdag 18 november 2008

Flamen Dialis - Symtone-Dei (FLVM Records, 1979)

Flamen Dialis - Symtone-Dei (FLVM Records, 1979)







Bij de Romeinen was de Flamen Dialis één van de belangrijkste religieuzen. Hij was de dienaar van Jupiter en de meest sacrale persoon van Rome. De Flamen Dialis mocht geen knopen op zijn gewaad hebben, geen ring dragen, geen eed zweren, zich niet ontkleden in open lucht, niet onder wijnranken lopen, de stad niet langer dan een dag verlaten, geen paarden aanraken of berijden, geen meel, hond, klimop of geit aanraken of zelfs maar noemen. Er mocht ook nooit iemand anders in zijn bed slapen en de doos met offerkoeken mocht onder geen beding in contact komen met zijn bed.
Behalve het religieuze element heeft deze Vergeten Plaat weinig te maken met de semantiek van Flamen Dialis. De Bretoense groep werd opgericht in 1976 door toetsenist en drummer Didier Le Gallic, die samen met zijn broer Yves bezeten was van de nieuwe synths uit die tijd. Ze combineerden abstracte elektronische patronen en 'collage'-geluiden met akoestische instrumenten zoals cello en fluit. De gebroeders Le Gallic hadden ook een voorliefde voor theatrale composities. Dat laatste werd vooral duidelijk door de koorgezangen, waardoor de sfeer van de plaat je doet denken aan een heilige mis, maar wel een viering van het soort dat vet buiten de lijntjes kleurt. Alle nummers op Symtone Dei zijn doorspekt met vintage analoge synths en je zou de band kunnen beschouwen als een kosmische versie van de Franse groep Magma.
Het enige andere wapenfeit van Didier Le Gallic was de release van een 7inch, uitgebracht in 1971 onder de naam Yecta Plus Band. Voor de full-release van Symtone Dei brachten de broers één 7inch uit in 1978 onder de naam Flamen Dialis. De opnames vonden plaats met vier leden: een pianist, gitarist/percussionist, een zanger en een achtergrondzanger. Voor het album werden er extra muzikanten bijgehaald om het geluid van de groep wat voller te maken. Het resultaat klonk als een andere wereld. De combinatie van kinderachtige melodieën, rock en jazz-riffs werd gevlochten rond vreemde thema's van sacrale chants en gefluister. Het geheel werd dan nog eens geïnjecteerd met fluiten, bombarde (een oud Bretoens instrument en voorloper van de oboe) en vibrafonen. Alles baadt in een dromerig en tegelijkertijd onrustbarende sfeer, waardoor de muziek van zeer heavy overhelt naar bevreemdend vertrouwd tot zelfs infantiel vrolijk.
Laatst draaide ik de plaat nog na een geniaal optreden in de Brusselse Bunker en meteen stonden er een paar concertgangers te dansen op het openingsnummer van de plaat: Dernière Croisade. Dat nummer illustreert de rest van het album heel erg goed. Er wordt gestart in een doomy sfeer dankzij strijkers en synths. Dan komt een vrij onnozel melodietje, dat gespeeld zou kunnen zijn door je zevenjarig neefje, waarna je overactieve broertje op de drum begint te slaan. Precies uit de maat, en er toch weer in, vrolijk warm en vooral aanstekelijk.
Je hoort ook veel melotronlagen en spacy keyboards die de dramatische spanning in de muziek onderlijnen. Bepaalde elementen doen denken aan Franco Battiato's werk 'Fetus’ en ‘Pollution', of nog aan Tangerine Dream, Fille Qui Mousse en de hierboven vermelde Magma. Maar vergis je niet: het geluid van Flamen Dialis is uniek. De eerste keer verscheen de plaat te vroeg om opgemerkt te worden en toen de reissue uitkwam waren de winkeliers al te druk bezig met overleven. Het uitstekende Mio label bracht de reissue uit en voegde er de eerste 7inch aan toe. Ideale muziek bij een mengeling uppers en downers. Un pot Breton.
Tommy De Nys


Geen opmerkingen: