maandag 15 november 2010

Francisco Semprun & Michel Christodoulidès ‘Mondes Incantatoires et Espaces Carnivores’ (Le Kiosque d’Orphée, France, 1970)








De Spanjaard Francisco Semprun en de Griek Michel Christodoulidès verhuisden in hun jonge jaren beiden naar Parijs. Daar liepen ze elkaar tegen het lijf en ze vormden er tijdens de jaren zeventig een sterk muzikaal duo. In hoofdzaak componeerden ze beiden in opdracht ter opluistering van toneelstukken, pantomimes en films. De muziek die ze hiervoor creëerden, was voornamelijk geïmproviseerd. Daarnaast werkte het koppel ook in opdracht van de Franse overheid voor wie ze muziek schreven die diende tot het stimuleren van lichaamsbeweging. De overheid gaf in de jaren zeventig namelijk platen uit op het Unidisc label onder de naam 'expression corporelle'. Daarvoor namen Semprun en Christodoulidès onder andere volgende platen op: Choréo-Rythmes, Espaces Dynamiques en Métamorphoses.




De opnames van deze Vergeten Plaat behoren tot de categorie improvisatiemuziek voor dans- en theaterworkshops en werd uitgegeven door Le Kiosque d’Orphée. Dit Franse label werd opgericht door Guy Bart in de late jaren vijftig. Het was bekend om zijn brede smaak en het bracht zowat alle muziekgenres uit, gaande van folk over traditionele muziek tot maçonnieke muziek en theatermuziek. Daarnaast bracht het label ook platen uit, die door de muzikanten zelf werden bekostigd. Het betreft hier voornamelijk uitgaven die in zeer beperkte oplage, soms op slechts vijftig exemplaren, werden geperst. ‘Mondes Incantatoires et Espaces Carnvores’ is zo'n uitgave.





De muziek duurt in totaal een kleine achtentwintig minuten en werd uitgebracht op 10-inch formaat. De publicatie is een compilatie die Semprun en Christodoulidès maakten voor een mimestuk. Dat stuk werd gebracht door twee Franse vrouwen - Pinok en Matho - wiens echte namen Monique Bertrand en Mathilde Dumont zijn. Deze twee dames richtten een Parijse mimeschool op in 1962: TEMP (Théatre Ecole Mouvement et Pensée), waar vele Franse acteurs hun workshops zouden volgen in de jaren zestig en zeventig. Om hun workshops te documenteren, schreven deze dames ook verschillende boeken, die op hun beurt door vele Franse lesgevers werden gebruikt. Deze boeken werden ook voorzien van een muzikale begeleiding, waaronder enkele nummers die op deze Vergeten Plaat staan. Later zouden dezelfde componisten nog een soundtrack maken voor Pinok en Matho, maar dan op het Unidisc label.





Semprun en Christodoulidès bespelen akoestische instrumenten, opgenomen in een ruimte met veel natuurlijke galm. Hun geluid is daardoor zeer atmosferisch en geeft ook een echt livegevoel, in plaats van als een droge studio-opname te klinken. 

De componisten gebruiken een brede waaier aan instrumenten. De nummers bestaan meestal uit een combinatie van percussie- en snaarinstrumenten. Plukkende gitaren worden bijgestaan door een darbuka, xylofoon, marimba en gongs.



Doordat de liedjes op deze plaat dienden ter begeleiding van het mimespel, klinken de meeste nummers ritmisch en soms ritueel. Bij een eerste beluistering zou je denken dat de plaat gemaakt is door Aziaten, dan weer door een Afrikaanse stam. Enkel door de studiotechnieken en toonaard verraden de makers hun Westerse karakter. Vele composities kan je omschrijven als imaginaire etnische muziek, die worden afgewisseld door Westerse vrije of avant-gardistische stukken. (spatie invoegen)



Bepaalde gitaarstukken doen mij denken aan Kali Bahlu, maar ook aan Derek Bailey of Giacinto Scelci, met zijn werk Three Dances of Shiva. Andere nummers klinken als Nino Rota's LSD Roma, Harry Partch's Balled for Gymnasts of Moondog's debuut lp's. De klankkleur van de plaat lijkt ook op het zanderige en warme van Eden Ahbez’s opnames. Kortom, deze Vergeten Plaat klinkt erg breed en zal iedereen kunnen aanspreken om zich op regenachtige winterdagen te verwarmen met onbewolkte aardse creaties.

zaterdag 13 november 2010

DOUGLAS LEEDY – ENTROPICAL PARADISE (1971, Seraphim Records)


Douglas Leedy groeide eind jaren vijftig op aan de westkust van Amerika. Hij studeerde voor componist aan de universiteit van Californië samen met La Monte Young en Terry Riley. Alledrie werden ze gerespecteerde componisten, alhoewel Leedy nooit de aandacht kreeg die Young en Riley genieten. Desondanks mag Leedy’s contributie niet gezien worden als verwaarloosbaar. Na zijn studies, gaf Leedy les aan de universiteit van Californië en hij speelde er een centrale rol in het ontwerpen en bouwen van hun elektronische muziekstudio. In die tijd experimenteerde Douglas ook met zijn Ognob Generator, alsook met zijn Moog- en Buchlasynthesizers. Zonder in detail te gaan over de eigenschappen ervan zijn die elektronische instrumenten typerend voor de jaren zestig. Uit dezelfde periode stamt zijn eerste album: The Electric Zodiac. De muziek is een sonisch tapijt dat beweegt in een tijdloze en grenzeloze ruimte. Het is een soort continue compositie opgebouwd uit frequenties van elektronische geluiden. Zelf beschreef Leedy het als "a continuum of music of the cosmos". Leedy’s muziek is in het algemeen erg melodisch, tonaal en eigenlijk vrij toegankelijk. Hij maakt vaak gebruik van herhaling, kleine intonaties of klemtonen, waardoor zijn muziek wordt gecategoriseerd als minimaal. Mede dankzij zijn studies en onderzoek naar vroege westerse en Indische muziek komen sommige van zijn werkstukken in de buurt van die van zijn collega’s Harry Partch en Lou Harrison. Zijn composities klinken ruim en verwijzen regelmatig naar vroeg-Griekse en Latijnse muziek, zowel op muzikaal als tekstueel vlak.

Deze Vergeten Plaat, Entropical Paradise, is een driedubbele lp vol met Moogsploitation. De sfeer is net zoals bij Leedy’s debuutplaat kalm, atmosferisch en ook wel academisch. Het geluid is tijdloos en het geheel blijft een klassieker in het genre. De uitvinding van het genre ambientmuziek wordt aan verschillende muzikanten toegewezen. Net als Eno, Satie en Feldman ontving Douglas Leedy deze zinloze pluim. Meer bepaald dankzij deze uitgave: een plaat waar analoge synthesizers een auditieve omgeving weergeven zonder expliciete climax noch duidelijke structuur. Leedy werd erg beïnvloed door oosterse muziek. Niet zozeer door de klank, maar eerder door de filosofie, structuur en tijdscode, of net het ontbreken daarvan. Leedy ziet de tijd als het meest fundamentele aspect van een muzikale ervaring. Het onderscheidt muziek van bijna alle andere kunstvormen. Muziek grijpt plaats in de tijd en creëert verschillende inzichten van wat tijdelijke ervaringen zijn. Meestal kunnen we stellen dat westerse muziek lineair is en een bepaald doel nastreeft: naar een bepaalde climax of in een bepaalde richting. Leedy echter heeft een voorkeur om net dat doel te negeren en muziek te schrijven waar de gedachte 'tijd' weg of zoek is. Los van zijn muziek vertelt het ook iets over 's mans levenswijze. Hij wil niet echt weten waar hij nu precies is, wat hij nu precies doet, hoeveel hij precies op de bank heeft staan. Je kan de naald ergens willekeurig laten vallen op zijn plaat en je hebt geen idee waar je je precies in het stuk bevindt. Dat heb je bij westerse muziek uiteraard meestal wel. Er is geen begin, midden of einde bij Leedy’s muziek. Dat kan voor sommige mensen ronduit vervelend klinken, maar voor liefhebbers van Leedy’s bovengenoemde klasgenoten is dit een absolute aanrader.

MAL - Compendium Maleficarum (1981, Physiocrat Productions)



De Compendium Maleficarum is een in het Latijns geschreven boek van Francesco Guazzo. Het werd neergepend in 1626 met als doel de kerk haar visie te verkondigen over de Oude Religie. Die werd omschreven als duivels en gehuld in zwarte magie. Het boek beschrijft de elf ceremoniële formules waarbij heksen aan Satans eisen voldeden. Guazzo vertelt ook gedetailleerd over de seksuele relaties tussen incubbi, succubi en de mens.

Deze Vergeten Plaat werd gecomponeerd door de Amerikaan Michael A. Lucas. Liefhebbers van surfmuziek zullen hem misschien kennen als de bassist van The Phantom Surfers. Naast deze groep is hij nog betrokken bij verschillende andere groepen en schrijft hij brutaal grappige pulplectuur. Bij zowat alles waar hij zijn tijd in stopt, overheerst humor en het plezier waarmee de man leeft. De groepen waar hij deel van uitmaakt, starten meestal als een soort gimmick. Er is telkens een premisse waarbij ze iets of iemand in het belachelijke trekken. Zo ook bij de platen die hij onder de naam MAL maakte. Hier staat diabolische humor centraal.

In totaal nam hij twee platen op onder dit pseudoniem. De opvolger van Compendium Maleficarum is ook een aanrader, maar klinkt iets conventioneler dan zijn debuut en doet eerder denken aan The Doors en The Cramps.

De  opnames voor Compendium Maleficarium startten tijdens de Walpurgisnacht van 1976 en namen zoveel tijd in beslag doordat hij "verplicht werd om soms eens te niksen", aldus de componist. Hij was net verhuisd van de voorsteden naar de grote stad San Francisco. Lucas ging ervan uit dat hij er vele mensen zou ontmoeten om mee samen te spelen, maar dat gebeurde niet onmiddellijk. Hij kocht een viersporenrecorder en begon met zijn slaapkamerproject MAL. In die tijd werd hij beïnvloed door groepen zoals Suicide en The Stooges. Zijn doel was om elektronische muziek te maken die even krachtig kon klinken als The Stooges, met achter de knoppen een Franse romanticus.

Je zou de plaat kunnen omschrijven als lo-fi gotic, maar dan veel warmer en gekker dan de doorsnee gothic groep. Het design van de plaat en zeker de titels kunnen je op het verkeerde been zetten. 'Murder in Paradise', 'A Manual of Human Dissection' en 'Gates of Hell' zijn geen donkerzwarte nummers, maar geschift grappige experimenten. Lucas schrijft zelf dat hij zich vergiste bij het zoeken naar inspiratie voor deze plaat. Hij was strips aan het lezen en nam ze voor Pauselijke encyclieken aan. Het zijn echter niet enkel goddelijke grapjes die aan bod komen. 'Seven Minutes to Midnight' vertelt over een verschrikkelijk incestueuze relatie tussen vader en dochter, al doet de popmelodie je bij de eerste beluistering gewoon meeknikken. Eénmaal de teksten tot je doordringen, krijgt het lied een raar nasmaakje.

De eerste zijde van de plaat zou je nog kunnen categoriseren als een popplaat. De tweede kant klinkt onconventioneler, iets donkerder en occulter. Toch moet je niet vrezen voor een depressie. De Amerikaan zei zelf: "als je half zoveel plezier beleeft aan het beluisteren van dit album, als wij er hadden toen we het maakten, dan hadden we dubbel zoveel plezier als jij!" Dat slaat nergens op natuurlijk. Beide MAL lp's werden uitgebracht op het Physiocrat label. Het is Lucas’ eigen label en tot op vandaag hoopt hij nog steeds om breakeven te draaien. Hier en daar kan je nog een paar stuks op de kop tikken voor een redelijke prijs.