
Op een zonnige zaterdagmiddag reed ik op de Brusselse ring, met als soundtrack de klassieke radiozender Klara. Toen ik het viaduct in Vilvoorde beklom, werd ik helemaal verrast door de tonen van een zekere Henry Cowell, die ik voor de allereerste keer hoorde. Het eerste wat mij opviel, was dat dit geweldig experimentele muziek was voor overdag op de zender. Toen ik het jaartal hoorde - 1925 - was mijn nieuwsgierigheid helemaal geprikkeld. Thuis ging ik meteen op zoek naar alles wat ik kon vinden over deze Amerikaan. Het werd een echte openbaring.
Henry Cowell werd geboren in 1897 in Californië. Zijn ouders waren arme immigranten, die zich bezighielden met het schrijven van anarchistische pamfletten. Uit pure armoede stopte Henry op achtjarige leeftijd met school en nam hij allerlei klussen aan om te overleven. Op zijn twaalfde ontmoette Cowell een professor uit Stanford die onder de indruk was van zijn intelligentie. Hij zorgde ervoor dat Henry kon studeren aan de universiteit, waar de jongeman meteen ook zijn eerste pianolessen kreeg.
Henry werd aan het begin van zijn carrière vooral bekend als de jonge gast die gebruik maakte van toonclusters. Hij speelde stukken waar hij met zijn volledige bovenarm de toetsen van de piano indrukte. Andere componisten hadden hem dit al voorgedaan, maar niet op zo'n veelvuldige manier. Een paar jaar later begon hij voor het eerst de snaren van de piano al tokkelend en strijkend te bespelen. De composities zelf waren niet puur experimenteel. Ze gingen hand in hand met de muziektraditie, waardoor zelfs zijn meest extreme werken toegankelijk bleven.
De muzikant groeide uit tot een ware sensatie en componisten als Alban Berg en Bartók vroegen hem toestemming om zijn technieken te mogen lenen en kopiëren. Later inspireerde Cowell in hoge mate zijn leerling John Cage en diens prepared piano.
De Amerikaan was bovendien een pionier voor polyfonische muziek. Hij noemde het zelf harmonische ritmes. Zo schreef hij bijvoorbeeld muziek voor twee ensembles, die elk op zich hun melodieën speelden met een verschillend ritme. Dit zou een van zijn belangrijkste muzikale bijdragen worden, al was dit soort muziek vaak onspeelbaar voor één muzikant.
Vanaf 1919 begon hij te schrijven aan zijn harmonische ritmes en in 1930 werden ze gepubliceerd. Om zijn bevindingen in de praktijk te brengen, vroeg hij aan Léon Theremin om de Rhythmicon te ontwikkelen. Dit instrument was de eerste elektronische ritmische machine. Het kon zestien verschillende ritmische patronen simultaan spelen. Cowell schreef voor dit specifieke instrument een aantal composities en Theremin maakte nog twee modellen van de Rhythmicon, waarna het instrument in de vergetelheid geraakte. Pas in de jaren zestig kwam het terug boven water, toen de producer Joe Meek ermee begon te experimenteren.
Tot midden de jaren dertig bleef Cowell zich concentreren op zijn solowerk en experimenteerde hij verder. Die werkwijze leidde uiteindelijk tot zijn belangrijkste werken. In diezelfde periode verdiepte hij zich in de aleatorische muziek of muziek waarin de willekeur een rol krijgt. Later zou Pierre Boulez dit populariseren, maar het was andermaal Cowell die beschouwd mag worden als voortrekker van dit genre.
Henry Cowell was de spil van een groep avant-gardecomponisten met o.a. Edgard Varèse, Colin McPhee en George Gershwin. Vanaf 1927 startte hij met de uitgave van het magazine New Music, waarin tablaturen werden gepubliceerd van andere modernisten. Veel van deze muziekscores werden later uitgebracht op Cowells label New Music Recordings.
In 1936 werd zijn tot dan toe mooie leven bruusk verstoord: hij werd veroordeeld tot vijftien jaar celstraf omdat hij biseksueel was. Cowell zou zijn straf niet volledig uitzitten en werd niet langer vervolgd, maar hij zou nadien nooit meer dezelfde zijn. Noch als persoon, noch als componist. Conlon Nancarrow omschreef Cowell na zijn vrijlating als een bang en paranoïde persoon.
Deze Vergeten Plaat werd uitgebracht op het label Folkways en is een overzicht van Henry Cowells werk. Op het album hoor je goed hoe de jonge Cowell experimenteert, zonder de muzikaliteit te verwaarlozen. Zijn klassieke muziek klinkt zeer afwisselend, gelaagd en versierd met verschillende ingevingen en dimensies. Soms dromerig als Debussy, maar dan aangevuld met het onverwachte. Ze zweeft tussen bijvoorbeeld opgewekt gespeelde hoge noten en dreigende bastonen waarbij je de piano volledig hoort resoneren. Je denkt aan Gershwin, Scriabin en Cage. Je denkt aan moderne tijden en je vraagt je toch ook af wat er vroeger nog allemaal zou gespeeld zijn. We zullen het nooit allemaal horen. Van Thomas Edison ontbrak toen nog elk spoor.
2 opmerkingen:
http://rapidshare.com/files/112890770/Henry_Cowell_-_Sorrel_Doris_Hayes_Plays_The_Piano_Music_of_Henry_Cowell.7z
http://www.archive.org/details/HenryCowell
Een reactie posten