
Handgjort is Zweeds voor handgemaakt. De band was een éénmalig project geleid door de Amerikaan Greg FitzPatrick, een grote mond die overal buiten werd gegooid en via verschillende omwegen in Stockholm belandde. Greg kwam in het jaar zeventig net terug vanuit India met zijn toenmalige band The Atlantic Ocean. Die groep splitte en dat gaf Greg FitzPatrick de kans om zijn net opgedane muzikale Indische verrijkingen uit te proberen. Hij begon met een aantal Zweedse vrienden urenlange jamsessies en beschreef het gezelschap als een ‘zit-op-de-grond-en-steek-wat-wierook-aan-en-speel-dan-urenlang’-groep.
Het lokale muzieklabel Silence Records – onder andere verantwoordelijk voor de eerste releases van Träd, Gräs Och Stenae, Samla Mammas Manna, Bo Hansson en Älgarnas Trädgard - hoorde hen spelen en nodigde de band uit om te komen opnemen. Volgens de groepsleider was het plafond van hun studio zo laag dat ze er niet eens konden staan. Perfect voor hippies, dus.
Wie er precies op het titelloze debuut speelt weten de muzikanten niet meer zo goed. Hippies, inderdaad. Het is één troebele boel en dat hoor je. Niet dat het een chaotische plaat is, verre van. Je zou hun geluid kunnen beschrijven als een mengeling van Ravi Shankar, Popul Vuh en Third Ear Band.
Oorspronkelijk telde de band een tiental leden. De instrumenten? Tablas, sarod, sitar, akoestische gitaar, fluit, hobo, klarinet, saxofoon en gong. Het geluid? Geschift maar warm. Primitief en toch rijk. Als je de plaat beluistert, zou je zeker nooit denken aan Zweden. Eerder aan zonovergoten, zanderige streken. Je krijgt een droge mond van hun tonen. De stukken die ze spelen zijn geen conventionele liedjes, maar instrumentale stukken, met een rustgevende en soms hypnotiserende werking. De meeste nummers kan je ook omschrijven als raga’s die naar een crescendo leiden.
De plaat werd eind jaren zeventig uitgebracht op tweehonderd exemplaren. Elke hoes werd beschilderd en je zal niet twee keer dezelfde hoes vinden. Vandaag is de plaat Handgjort één van de meest gezochte Zweedse platen, deels omdat die niet werd heruitgebracht.
Een jaar na de release zou de groep hun laatste optreden geven op het Gärdet festival. Toen telde de band al bijna twintig leden waaronder Don Cherry. Ze speelden meer en meer popmuziek en lieten de Indische en wereldse invloeden achterwege. De band hield er niet zoveel later mee op, maar er ontstonden wel nieuwe splintergroepen. Greg FitzPatrick stortte zichzelf in de progrock en speelde onder andere met Samla Mammas Manna. Later volgde hij de nieuwste technologieën en begon hij te experimenteren met synthesizers en elektronische muziek tot hij zich vastbeet in het maken van televisie spotjes. Dat betekende meteen ook zijn muzikale dood. Steek dus die stokjes wierook aan en laat je gaan.


.jpg)
