donderdag 22 april 2010

Philippe Besombes - Libra (1975, Pôle)




Onlangs palaverde ik met een vriend over de gevoelens die het gebruik van bepaalde drugs opwekken. Dergelijke ervaringen zijn relatief vaag te beschrijven en vaak moeilijk met woorden te omvatten.
Even later reed ik naar huis met deze Vergeten Plaat als kameraad en toen viel het mij op
hoe dit werk een hallucinerend effect evoceert in klanken. Je wordt als luisteraar
door een volledige genrepoel gesleurd. Een stroom van instrumentale en elektronische geluiden vliegen je om de oren.
Met de klassieke structuren van popnummers wordt hier geen 
rekening gehouden. Je wordt als luisteraar eerder verrast door 
verdwaalde klanken. ‘Libra’ is een superieure sonische muziekbelevenis. 
Het was dan ook met enige verwondering dat ik vernam dat Philippe Besombes geen drugs nam. Hij zat al met zijn hoofd in een wereld, die 
de meesten pas bereiken met behulp van allerlei middelen.
Dat wordt allemaal wel duidelijk als je de plaat hoort.

In 1970 begon Besombes met muziek. Tijdens zijn 
studies chemie raakte de Fransman danig in de ban van elektronische 
muziek en dus liet hij zijn studieboeken tijdelijk links liggen. In zijn prille 
carrière speelde hij onder andere samen met Jean-Michel Jarre, lang 
voor die ook maar iets had opgenomen of uitgebracht. In 1973 werd hij 
gevraagd door een groep regisseurs, die zich de Pattern-groep lieten 
noemen, om de soundtrack te maken bij een experimentele film. De film, 
met de titel Libra, is een negentig minuten durende stille film 
over vier jongens die een teruggetrokken én gelukkig bestaan leiden 
in de natuur, tot er plots een satelliet bij hen inslaat en ze hun rust 
verliezen.

De opnames van deze plaat werden door technische en financiële 
problemen uitgesteld en in 1974 werd alles tenslotte ingeblikt om dan nog een 
jaar later uitgebracht te worden op het Pôle label. Besombes was 
vierentwintig toen hij deze plaat creëerde en mede dankzij deze release 
werkte hij voor korte tijd bij Pôle. Hij kwam daardoor ook in contact met
bijvoorbeeld Luc Ferrari en Iannis Xenakis, waar hij uiteindelijk mee samenwerkte, en 
hij was betrokken bij de groepen Pôle en Hydravion.

Je reis met Libra start met een trage diepe basdroon die goed verpakt zit in een 
een fuzzy gitaar. Een vrouwenstem wordt binnengelaten via een 
taperecorder en krijgt wat hoge synthesizergeluiden als compagnie. Soms komt 
er een feedback op je af, maar het is het soort geluid dat je oren met 
plezier pijnigt. Vergelijk het met krabbende vrouwennagels op je rug.
Na een rustig openingsnummer word je een eerste keer wakker geschud 
door uptempo drums die aangevuld worden met versplinterde elektronische 
geluiden.
De sfeer wisselt heel erg tijdens de eerste 
minuten van het album. Het laveert tussen geniale sonische spielerei en iets lichter 
werk. De boog moet niet altijd gespannen staan, zeker? Misschien heeft 
het feit dat het een soundtrack is, er ook iets mee te maken. Een 
mogelijke verklaring kan zijn, dat de componist niet alle aandacht van 
de kijkers mocht ontnemen.
Maar als Besombes dan één van zijn 
patronen afschiet, is het dubbel en dik raak. Zo bijvoorbeeld in het 
zevende nummer. Na een ceremonieel 
aandoend nummer, komt één van mijn hoogtepunten van de plaat eraan: 
een snel drumpatroon wordt van alle kanten beschoten met allerhande 
geluiden. De één al verrassender dan de andere, tot je doorzeefd wordt
en een sitar je tot rust brengt. Het gebruik van bijvoorbeeld deze 
sitar is hoogstwaarschijnlijk te verklaren door de reizen die Philippe 
Besombes maakte naar Pakistan en Afghanistan vóór hij aan de opnames 
van deze plaat begon.
Bepaalde thema's worden op het album herhaald, maar je hebt nooit 
het gevoel dat je verveeld raakt. Een plezante luistertrip 
gegarandeerd! Misschien niet het soort waardoor je IQ meteen met vijf punten 
de hoogte ingaat, maar wél het soort dat een breed publiek kan plezieren én misschien zelfs kan aanzetten tot een zoektocht naar andere auditieve tovenaars zoals Ron Geesin, Patrick Vian, Richard Pinhas en Jean Claude Vannier.

Shub-Niggurath - Les Mort Vont Vite (1987, Musea)




Tijdens de langste winter aller tijden waarin het jaar negen overging in het jaar tien, werd de productie van onze dopamine volledig stilgelegd. Het licht ging uit en enkel de donkerste boeken en platen werden nog geraadpleegd. Shub-Niggurath staat voor de zwarte geit uit de bossen met duizend jongen, een fictieve godheid uit H.P. Lovecraft's boek Cthulhu Mythos. Ze is een perverse godheid die symbool staat voor de vruchtbaarheid. Haar verschijning is een enorme wolkenmassa, waaruit zwarte tentakels worden gespuwd met slijm druipende monden en geheel ondersteund door korte ronddraaiende geitenpoten. De titel van het album verwijst naar een schilderij uit 1839 van Horace Vernet. Deze schilder staat vooral bekend om het uitbeelden van veldslagen. Ik las ergens dat deze Vergeten Plaat muziek is die de kern van onze gemene leegheid bereikt. Het kader is duidelijk omschreven.
Les Mort Vont Vite was het debuutalbum van de Franse groep Shub-Niggurath en werd in 1987 uitgebracht door het eveneens Franse Musea label. Deze uitgeverij staat bekend voor zijn progrock releases zoals Wiederje, Pulsar, Moving Gelatine Plates en ook enkele Belgische (her)uitgaves van Cos, Pazop en Waterloo.
Enkele jaren terug werd de groep hun eerste demo nog heruitgebracht, maar volgens mij vinden we Shub-Niggurath met deze release op hun creatief hoogtepunt. De band bestond uit zes leden, vier mannen en twee vrouwen. We horen naast de drum, bas, gitaar opstelling ook een harmonium, piano en orgel, aangevuld met een trombone en vrouwelijke zangpartijen. Shub-Niggurath vind je terug in het vakje progressieve rock en ook wel zeuhl-muziek. Met dit laatste genre is dan ook duidelijk dan de groep aanleunt bij groepen zoals Magma en Univers Zero. De term zeuhl-muziek zal bij sommigen hun tenen doen krullen en al direct een vooringenomen idee vormen over deze plaat. Laat alles even varen en luister.
Vanaf de eerste noten van Les Mort Vont Vite hoor je de voornaamste karakteristieken van de groep. De bas klinkt erg vuil, donker en fuzzy. Ze staat in voor de donkerste en onderste laag van het groepsgeluid. In harmonie spelen de gitaar en piano mee. Als de zangeres invalt, denk je aan operamuziek, maar dan met een bevreemdend en ongemakkelijk effect. Dit komt ondermeer doordat de zang meestal in de derde toon zingt van het akkoord waarin het stuk wordt gespeeld om zo tot de samenklank te komen. Het geeft alles een gestoord gevoel mee.
Een ruwe brandende gitaar speelt de harmonie mee, maar creëert soms puur overstuurde geluiden die het donkere karakter enkel nog meer accentueren.
De nummers zijn repetitief van aard en kruipen meestel voort met een traag en macaber tempo. Dit gecombineerd met complexe composities en gepassioneerd spelen, hoor je duistere, soms verstikkende en brutale passages versierd met mooie kille melodieën.
Na hun debuut bracht de groep nog enkele releases uit met wisselende bezetting, maar de magie was toen al iets minder geslaagd. Geen makkelijke voer deze plaat. Af te raden bij terrasweer of romantische afspraakjes.