
Egisto Macchi! Deze Vergeten Plaat moet worden uitgesproken met opgegeven hoofd en een triumviraat van duim, wijs- en middenvinger. Het is de trots van de Italiaanse librarymuziek.
Egisto Macchi werd in 1928 geboren en groeide op in Rome. Hij maakte in zijn leven een zestigtal soundtracks en een tiental libraryplaten.
Librarymuziek, in het kort, is muziek die in dienst van productiehuizen gemaakt wordt. Diezelfde bedrijven leveren dan geluiden en nummers aan films, televisie, radio en andere media. Het grote verschil met een gewone muziekuitgeverij, is dat de productiehuizen alle rechten van de muziek bezitten. Dit heeft als voordeel dat ze voor een stabiele prijs een werkstuk onmiddellijk kunnen verkopen, zonder dat ze de componist eerst moeten raadplegen. De klant kan volgens zijn noden in de bibliotheek ongeveer alle stijlen terugvinden. Het eerste bedrijf dat deze dienst verleende was het Engelse De Wolfe Music, dat in 1927 startte als leverancier van soundtracks voor stomme films.
De meest bekende librarymuzikanten zijn voornamelijk Italianen en Fransen, die onder verschillende pseudoniemen werkten. Enkele van de bekendere namen zijn: Bernard Estardy, Bernard Fevre, Cecil Leuter, Piero Umiliani en de Belg Joël Vandroogenbroeck.
Er is veel slechte librarymuziek gemaakt. Het gaat om simpele deuntjes die eigenlijk dienden om wat extra geld te verdienen. Een beetje zoals muzikanten die nu bijvoorbeeld reclametunes maken of beats om op te rappen. Maar er zijn dus talrijke uitzonderingen die de moeite waard zijn.
Terug naar onze plaat. Egisto Macchi was geen gewone kerel. Hij studeerde literatuur, piano, viool, zang en compositie. Daarnaast deed hij er, om de verveling tegen te gaan, nog studies geneeskunde en fysica bij. Nadat hij het studeren eindelijk beu was, was hij in de jaren zestig zeer actief in verschillende verenigingen. Met enkele vrienden richtte hij allerhande groepen op. De naar gerechten klinkende namen van zijn vrienden, zal ik hier niet vernoemen: daarvoor schiep God Google. Maar enkele voorbeelden van verenigingen zijn: een groep voor het onderzoek naar muziektheater, een magazine gewijd aan de studie van nieuwe muziek, een vereniging om hedendaagse muziek te promoten, een workshop voor elektronische muziek en een muziekgroep die stoelde op improvisatie.
Als je ziet hoeveel muziek hij uiteindelijk maakte, leed Egisto waarschijnlijk aan slapeloosheid. Hij leefde zowat op dubbele snelheid van de gemiddelde componist.
Begin jaren zeventig liet Egisto zijn eerste platen op de wereld los. Voor het Franse Saint Germain des Préslabel maakte hij één plaat: Futurissimo.
De titel van de plaat en de nummers dekken de klankkleur van deze plaat. Wat je te horen krijgt, is futuristische muziek, ondertussen gedeeltelijk gedateerd, en gespeeld door een klassiek orkest overgoten met synths uit die tijd. De toon van de muziek is algemeen dreigend. Een strijkorkest balanceert langzaam op een koord en gaat van het ene crescendo naar het andere. De prent die geschilderd wordt is die van een eenzame ruimtewandeling. Op de achtergrond hoor je het ijzer kraken van een ruimteschip, dat elk moment klaar is om uit elkaar te spatten en je de oneindige leegte in te sturen. Ik beschrijf het misschien iets te donker, want de plaat is zeker amusant om te beluisteren. Mijn hond denkt er precies anders over. Telkens deze plaat speelt, denkt het beestje dat er onweer op komst is en gaat het schuilen.
Soms doet de muziek je denken aan Igor Wakhévitch, maar het klinkt toch nog iets filmischer en spannender. Andere referenties zijn Egisto's landgenoten Nino Rota en Ennio Morricone. De ontknoping laat op zich wachten. Eenzaam tuur je de donkere ruimte in, op zoek naar helderheid en opluchting, maar je rit wordt eindeloos. Doe de lichten maar uit. Fortissimo!